logo
 
zoek
    print
 
 

Ervaringsverhalen

Portretten van mensen, waaronder zes gefilmde, voor wie muziek tijdens de oorlog een wezenlijke rol speelde.


Hans van Collem (1920-2010), de stille kracht van een toon [met film]
Musicus Hans van Collem kwam een jaar voor de bevrijding in de strafbarak van Westerbork terecht. Daar richtte hij een joods mannenkoor op. "Ik vond, we laten ons niet kapotmaken, we gaan zingen". Tijdens ontspanningsuren in de middag of vroege avond luisterden honderden 'strafgevallen' naar joodse liturgische gezangen en liedjes. 
 
Pieter Dolk (1916-2010), vriendschap voor het leven in Vught
Trompettist Pieter Dolk kwam in maart 1943 na zijn arrestatie in Kamp Vught terecht, samen met musici als Nico Richter, Marius Flothuis, Everard van Royen en Piet van den Hurk. Het gezamenlijk musiceren tijdens concerten voor medegevangenen leidde tot levenslange vriendschap. 
 
Jan van Dijk (1918), winnaar door muziek [met film]
Jan van Dijk schreef tijdens de oorlog ruim veertig composities. Door zijn weigering om zich aan te melden bij de Kultuurkamer bleven deze composities ongehoord. In de oorlogsjaren had hij een privémuziekschool, gaf hij les op een andere muziekschool en dirigeerde hij een koor. "Muziek was niet grijpbaar voor de vijand, die kon daar onmogelijk bij." 
 
Johanna Esselink-Roest (1930), opgroeien met klassieke muziek in Batavia
Johanna Esselink-Roest groeide op in Batavia (het huidige Jakarta). Ze werd geboren in een muzikaal gezin en kreeg al vroeg pianolessen. Haar moeder speelde piano en zong, haar vader was een goede zanger. In een schoolschriftje schreef ze alle liedjes die ze kende, ook uit de eerste oorlogsjaren. Als dertienjarig meisje kwam ze in het Tjidèngkamp terecht. 
 
Hans van Leeuwen (1911-2010), alles voor de orkestmusici
Toen Hans van Leeuwen in januari 1942 benoemd werd tot administrateur van de Arnhemse Orkest Vereeniging ( AOV) was het bestuur van het orkest net opgestapt, na een hooglopend conflict met het departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Zo kon het gebeuren dat Van Leeuwen als administrateur in z'n eentje het orkest door de oorlog moest zien te loodsen.
 
Helge Loewenberg-Domp (1915), doorgegeven kansen [met film]
Helge Domp had een groot zangtalent, een zangcarrière lag in het verschiet. Haar zangstudie in Duitsland moest ze echter afbreken nadat Hitler aan de macht kwam. In 1933 vluchtte ze naar Nederland. "Tot aan het begin van de oorlog dacht ik 'misschien lukt het me mijn zangcarrière weer op te pakken, misschien verdwijnt Hitler op een goede dag'."
 
Annie de Reuver (1917), amusement in bezettingstijd
Annie de Reuver (1917), amusement in bezettingstijd [met film]
Bij de Rotterdamse Annie stroomde als kind al muziek door de aderen. Ze zong altijd. In de jaren dertig zong ze bij The Ramblers onder leiding van Theo Uden Masman, het begin van haar glansrijke carrière. In de oorlogsjaren zong ze door, behoefte als er was aan amusement. Vaak met spottende Nederlandse teksten, zonder dat de Duitsers het doorhadden. 
 
Flora Schrijver (1923-1913), musiceren in onmenselijke omstandigheden [met film]
"Ik speelde accordeon in het vrouwenorkest in Birkenau, was kindermeisje van kampcommandant Kramer, werkte na de bevrijding voor Margareth Montgomery, keerde op 22-jarige berooid en als enige overlevende van een grote familie terug naar Nederland waar ik de draad van het leven weer moest oppakken. Ik trouwde met de verloofde van mijn vermoorde zusje, kreeg kinderen."
 
Gisela Wieberdink-Söhnlein (1921), zingen om moed te geven [met film]
Spottende teksten kwamen in de kampen Vught en Ravensbrück in vlot tempo uit de pen van Gisela Söhnlein. Met haar onafscheidelijke vriendin Hetty Voûte schreef en zong ze talloze cabaretliedjes. "Het was een opdracht die we onszelf stelden, het werd van ons verwacht."
 
Interviews oorlogsjaren en jaren van opbouw [audio]
Serie uitgebreide interviews met sleutelpersonen uit de muziekwereld over de oorlogsjaren en de jaren van de opbouw van het muziekleven na de oorlog.