logo
 
zoek
    print
 
 

Flora Schrijver (1923-1913), musiceren in onmenselijke omstandigheden [met film]

"Ik speelde accordeon in het vrouwenorkest in Birkenau, was kindermeisje van kampcommandant Kramer, werkte na de bevrijding voor Margareth Montgomery, keerde op 22-jarige berooid en als enige overlevende van een grote familie terug naar Nederland waar ik de draad van het leven weer moest oppakken. Ik trouwde met de verloofde van mijn vermoorde zusje, kreeg kinderen."


Flora Schrijver
"We wisten dat Hitler aan de macht was. We wisten van de Kristallnacht in '38. We zagen de NSB opkomen. We zagen de fascisten met Volk en Vaderland staan.

Het een volgde het ander op. Er kwam een moment dat alles voor de joden verboden was: cafés, restaurants, zelfs de Albert Cuypmarkt. Daar stond een groot bord: joden en honden verboden.

 

Opgepakt in 1943
Op een nacht in februari 1943 werd er ook bij ons aangebeld. We dachten dat we wisten wat ons te wachten stond. Elke ochtend waren er weer mensen weggevoerd. Opgepakt. Voor de werkkampen. Wisten wij veel. Dit keer was het onze beurt.

Mijn vader had niet verwacht dat de Duitsers Nederland zouden binnenvallen. Hij was beroepsmilitair geweest en dacht dat Nederland net als in de Eerste Wereldoorlog neutraal zou blijven. Vandaar ook dat de broers van mijn moeder niet emigreerden. Ze waren rijk, hadden genoeg om mee te nemen, maar bleven voor hun rijen huizen, voor hun obligaties. Ze zijn allemaal in het Familielager van Bergen-Belsen terecht gekomen. Een van mijn rijkste ooms is onderweg naar Treblitz uit de trein gegooid. Als oud vuil. Gewoon naar buiten gegooid, omdat hij stierf in de trein.

Na de Hollandsche Schouwburg: Westerbork
We werden naar een van de Amsterdamse stationsemplacementen gebracht en per trein naar Westerbork vervoerd. De trein stopte middenin het kamp. ... Ieder had zijn werk. Mijn vader zat op de wasserij, bij de mangel. En hij zat als trompettist in het symfonieorkest van kamp Westerbork. Kampcommandant Gemmeker was gek op dat orkest. Daar zaten allemaal topmensen in.

Flora (r.) met zusje, vlak voor de oorlogWe waren twee maanden in Westerbork toen ook mijn zusje daar kwam. Drie weken is ze in  Westerbork geweest. Dat zal ik nooit vergeten. ... Ik heb die man van de ordedienst daar gebid en gesmeekt. Ik heb op mijn knieën voor hem gelegen. Hij stelde de lijsten samen. Als hij een meisje kon versieren, hoefde ze niet weg. Maar mijn zusje was een net meisje. ... Ze ging met een heel groot transport. Zeventig mensen per veewagen. Naar Sobibor. Meteen vermoord.

Op transport naar Auschwitz
Er moesten steeds meer mensen weg. Ze hadden mijn vader een zwarte Sperr gegeven voor dat orkest. Maanden bleef die Sperr van kracht en toen, eind augustus 1943, hieven ze die plotseling op. Mijn ouders moesten op transport. Ik wilde met hen mee.

Ineens werden de deuren opengegooid. Verblind door het daglicht kwamen we uit de trein. Drie dagen en drie nachten hadden we erin gezeten. Zonder eten, zonder drinken, zonder sanitair. We werden opgewacht door het comité SS met Duitse herders, bloedhonden. We werden uit elkaar geslagen, mannen en vrouwen apart.

Spelen in Auschwitz
Na een paar weken quarantaine was ik aan het einde van mijn krachten. ... Ik had bijna geen dagen meer te gaan, toen ze naar muzikanten vroegen. Een meisje, een Tsjechische Laüferin, kwam naar mijn barak en vroeg: 'Sind Sie Musiker?' Als boodschappenmeisje werd ze van barak naar barak gestuurd, op zoek naar muzikanten voor het kamporkest.

Ik dacht, ik zal maar zeggen dat ik pianiste ben. Wat had ik te verliezen? Was ik dokter of verpleegster geweest, dan had ik me daarvoor gemeld. Ik kon er alleen maar bij door winnen door me voor dat orkest te melden. Wat bleef me anders over? Ik lag toch al op sterven. Honderdvijftig vrouwen meldden zich. Ze konden er slechts één gebruiken. We bleven met z'n drieën over.

De Lagerführer, Hessler, kwam naar me toe. 'Was spielst du?' 'Klavier.' 'Ab!' Ze hadden geen piano. Het ging in feite ook om marsmuziek. Die Läuferin vroeg: 'Um Gotteswillen, speel je niets anders? Je bent een dode, volgende week. ' ... Met twee anderen werd ik toen uit honderdvijftig vrouwen naar dirigente Alma Rosé gebracht. Ze had er maar één nodig, een accordeoniste. 'Je speelt een geweldige sof,'zei ze. 'Maar ik hou van Nederlanders. Ik was met een Nederlandse ingenieur getrouwd. Ik zal proberen je leven te redden. Ik zal proberen je de partituur te leren.

De muziekbarak was een verbetering. We sliepen niet meer met ons vijven in een hok, maar hadden stapelbedden, drie hoog, ieder een bed. Ik had het beter, want als er weer eens duizend vergast werden, kwam Fräulein Frexler uit München - vrijwel de gehele bezetting kwam uit München - en die riep: 'Extra Zulage für die Musik!' Dan kregen we meer brood. Ze hadden weer zoveel minder monden te vullen.

Alma Rosé
Alma Rosé
Alma Rosé
Veel mensen waren jaloers op Alma omdat zij zo hoog bij de SS genoteerd stond. Als je die vrouw hoorde spelen, prachtig. Ze was tenslotte concertvioliste [voor de oorlog]. Met open mond stonden de SS-ers te luisteren. En zij was als de dood voor die gasten. Als ze kwaad was, speelde ze Mendelssohn in de barak.

's Ochtends vroeg, om vier uur, soms wel bij vijftien graden onder nul, zaten wij bij de poort, 'Am Tor', uren te wachten tot de mist optrok. Na het opstaan was het op appèl staan, uitmarcheren met twee krukken en een muziekstandaard op de nek. .... De werkcommando's marcheerden uit op onze muziek.

Van het lange wachten in de kou en de mist waren mijn handen dood. Speel dan maar eens muziek. Als ik een foute noot aansloeg, kreeg ik straf. Alma was bezeten van angst voor Duitsers als wij niet tot goede prestaties kwamen. Ze heeft ons nooit mishandeld, maar gaf ons wel disciplinaire straf. Dan brulde ze tegen ons: 'Zie je die rook? Als wij vals spelen gaan we ook door de schoorsteen.

's Middags speelden we weer, als die stumperds van de werkcommando"s terugkwamen in het kamp. Soms zag je dat die SS-ers het leuk vonden om een vrouw te laten verscheuren door zo'n Duitse herder. Ja, en dan had ik maar te spelen.

Concerten in het kamp
Op een dag kwam Lagerführer Hessler juichend binnen en zei dat hij een piano had georganiseerd. Ergens ontvreemd, betekent dat. Daar kwam ik aan te zitten. En dat terwijl ik geen prof was, Die piano kwam bij ons in de barak. Vanaf dat moment waren we niet meer het orkest dat alleen speelde bij het uitmarcheren. We moesten af en toe ook spelen voor de zieken in het Revier. Diezelfde mensen konden dan een paar dagen later vergast worden.

in onze barak studeerden we om concerten te geven. Richard Strauss, Frans Léhar, liedjes van Zarah Leander. In tegenstelling tot het mannenorkest in Auschwitz, bestond ons orkest niet alleen uit professionals. Van lieverlee werd het toch een geweldig orkest, omdat er een paar fantastische profs in zaten zoals Lily Mathé, die voor de oorlog een Hongaars orkest had. En als concertvioliste Alma Rosé. Anita Laska speelt nu nog in het Londense Symfonie-orkest als celliste.

We gaven een kerstconcert , in 1943. De meest broeddorstige SS'er kon gaan staan huilen. Hij was goed voor ophangen, moord, afschieten en vergassen en huilde met Kerstmis bij onze muziek. Onvoorstelbaar dat die bloedhonden van SS'ers dan nog een traantje weg konden pinken om later weer een gevangene dood te schoppen.

Vaak maakte Joseph Kramer me 's avonds wakker in die muziekbarak waar wij sliepen. Lily Mathé en ik moesten eruit als er 's avonds transporten kwamen. .... Hij verveelde zich dan en wij moesten de hele avond voor hem spelen. Lily op viool en ik op harmonica. Dan liep hij rond als een soort machtswellusteling, of maakte een praatje.

Na Alma's doord in Birkenau kregen we een bijzonder slechte dirigente, een Russin, Sonja. Ze zat al bij ons orkest. Ze schreef de muziek. Een paar weken na de dood van Alma werd het joodse gedeelte van het kamp afgevoerd naar Bergen-Belsen. Het viel samen met het naderen van de Russen.

De trein naar Bergen-Belsen zat vol. Het was de laatste trein uit Birkenau. Wie daarna kwam, moest lopen. Dat zijn de beruchte dodenmarsen geweest. Ook toen heb ik weer geluk gehad.

De straat op tegen de drie van Breda
Thuis heb ik nooit gesproken over de gruwelen van de oorlog. Mijn man wilde alles wat wij in onze jeugd gemist hebben aan onze kinderen geven. Na jaren van hard werken kocht hij een bungalow, we gingen drie keer per jaar op vakantie zodat mijn dochters Jettie en Phyllis op een onbezorgde jeugd kunnen terugkijken, wat er ook nog zou gebeuren.

We hebben altijd gewaarschuwd voor een herhaling. Ik ben in dat opzicht geen salondemonstrant. Ik ben de straat opgegaan tegen de Drie en later de twee van Breda. Ik heb meegedaan aan de stille mars van Zandvoort, ik heb me verzet tegen het exposeren van huid en haar in Overloon.

Nog altijd niet bevrijd
Op twee boeken na is er niets bij mij in huis wat me aan de oorlog herinnert. Toch heb ik dagen dat het bij me bovenkomt. In een restaurant ga ik zo zitten dat ik niet tegen een muur hoef te kijken. Ga ik verhuizen, dan zorg ik dat ik een huis heb met vrij uitzicht. Ben ik met de auto weggeweest, dan zorg ik dat ik hem vlak voor de deur kan parkeren. Ik durf niet meer een heel eind over een donkere parkeerplaats te lopen. Ik heb nog steeds een fobie van die keer dat een dronken SS-er me in Birkenau met een getrokken pistool achtervolgde.

Er zijn dagen dat ik er niet aan denk. Een kampsyndroom heb ik niet, maar ik ben niet bevrijd. Ik ben zeker veertig jaar bezig geweest met onderdrukken. Bevrijd raak je er kennelijk nooit van."

Bron: Het meisje met de accordeon, de overleving van Flora Schrijver in Auschwitz-Birkenau en Bergen-Belsen, Mirjam Verheijen; Uitgeverij Scheffers, 1994


Muziek
  • We'll meet again, gezongen door Vera Lynn, uitgekozen door Flora Schrijver
Links
Literatuur
  • Het meisje met de accordeon, de overleving van Flora Schrijver in Auschwitz-Birkenau en Bergen-Belsen, Mirjam Verheijen; Uitgeverij Scheffers, 1994
  • Kapelmeester van Auschwitz, Szymon Laks; Kritak, 1991
  • Muziek achter prikkeldraad, Fania Fénelon; Hollandia/Baarn, 1987