logo
 
zoek
    print
 
 
NL  »  Landen  »  Overzicht Nederland  »  Amusement, jazz  »  Radio Oranje/Watergeus
 

Radio Oranje/Watergeus

Eind 1940 werd besloten de uitzendingen van Radio Oranje voortaan op te vrolijken met "een politieke revue bestaande uit tekst en liedjes", zoals Loe de Jong het omschreef. Het cabaret kreeg de naam De Watergeus. Loe de Jong was met Jan de Hartog en A. den Doolaard een van de bekende medewerkers. De satire van de Watergeus was een sensatie in bezet Nederland. Het programma bestond ongeveer een jaar. In naam van Oranje doe open de poort was de openingstune van het programma.

Anti-Duitse teksten op bestaande liedjes deden al de ronde in Nederland. Radio Oranje hield voor De Watergeus hetzelfde procedé aan van nieuwe teksten op bestaande melodietjes. Vooral omdat de liedjes dan onmiddellijk een vertrouwd karakter zouden krijgen. De staf van Radio Oranje ging er volgens De Jong van uit, "dat in bezet gebied bij wijze van spreken elke slagersjongen (in die tijd werden levensmiddelen nog bij de klanten thuis bezorgd) maandagochtend rond kon fietsen, dat onschuldige oude wijsje fluitend ten pleziere van allen die óók hadden geluisterd."

Zoektocht naar muziek en musici in Londen
Al met al leverde De Watergeus een hoop werk op, aldus de nationale geschiedschrijver. "Je had er mensen voor nodig die de liedjes konden zingen. Dat was punt een. Punt twee was het orkest. Waar was de muziek? Waar het arrangement? lk zwierf tijden lang bij de Londense muziekhandels rond op zoek naar opnamen van Nederlandse wijsjes." Een van de eerste nummers die De Jong vond was De kleine man van Louis Davids. Hij schreef er een nieuwe tekst op over NSB-leider Anton Mussert: "die volksmisleider, sof-gouwleider van een kleine man!" Daarna vond hij een arrangeur en stond toen nog voor de taak een zanger te vinden, die deze versie voor de microfoon ten beste kon geven: "De administrateur van het Londense Vrij Nederland deed het. Het was dragelijk. Jammer, jammer dat we geen betere kracht hadden!"

Luisterdienst in Londen
De Watergeus begon op 1 maart 1941. De eerste teksten werden geschreven door Meijer Sluijser en Loe de Jong. Sluijser was hoofd van de luisterdienst, evenals Radio Oranje een onderdeel van de Regerings Voorlichtingsdienst. Dagelijks stelde deze afdeling, op acht hoog in het Londense Stratton House, luister- en leesbulletins samen. De bulletins gaven het oorlogskabinet een indruk van wat er in bezet gebied door de media werd gemeld. Niets bleef onopgemerkt, zo blijkt bijvoorbeeld uit een bericht van 18 november 1940: "ln de laatste dagen spreken de omroepers der vier grote verenigingen niet meer over NCRV, AVRO, VARA of KRO, doch over: Nederlands programma." De uitzendingen van het Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter werden in Londen op grammofoonplaten opgenomen en volledig uitgetypt inclusief de vermelding van 'gelach' of 'daverend applaus'. Zo wisten ook de tekstschrijvers van De Watergeus wat de propaganda van de tegenpartij inhield. En hoe men die het beste kon ontzenuwen.

Satire De Watergeus sensatie in bezet Nederland
Loe de Jong schreef in zijn memoires dat hij de eerste uitzending van De Watergeus 'nogal matig' vond. Ook had hij achteraf twijfels over de vraag of het wel verstandig was geweest de NSB als belangrijkste doelwit van spot te kiezen. "lk heb me later wel afgevraagd of de NSB niet al in 1940 en 1941 verpletterd was onder de haat die ze aan alle kanten opwekte. Of stelden de luisteraars het op prijs dat die haat weerspiegeld werd in wat Londen uitzond?" Het antwoord op die vraag liet niet lang op zich wachten. In bezet gebied bleek De Watergeus onmiddellijk een schot in de roos te zijn. Ruim zestig jaar na dato laat zich nauwelijks meer voorstellen wat een sensatie zo'n vrijmoedige satire moet zijn geweest in een land, waar de officiële radio de willoze woordvoerder van de bezetters was geworden. Hier bracht een groepje vaderlanders sprekend en zingend heel precies onder woorden wat in eigen land niet meer mocht worden gezegd.

Uitzending van Radio Oranje met Jetje van Oranje (Jetty Pearl), 31 augustus 1941 (bron: NIOD)

Afkeer programma in Londen
Door de reacties uit Nederland kon De Watergeus zich handhaven, dwars tegen de overheersende afkeer binnen de Nederlandse goegemeente in Londen. In een enquête van het in Londen verschijnende weekblad Vrii Nederland werd de kritiek op het cabaret zelfs 'verpletterend' genoemd. Ook Henk van den Broek stond uiterst kritisch tegenover zo'n cabaretprogramma. Van den Broek was via Portugal naar Engeland ontkomen en was inmiddels programmaleider bij Radio Brandaris, de zender voor Nederlandse zeevarenden. "Met vele anderen heb ook ik mijn bezwaren daartegen nooit onder stoelen of banken gestoken," schreef hij kort na de oorlog in zijn boek Hier Radio-Oranje, "alhoewel ik het toen - zo min als nu - voor bestrijding vatbaar achtte, dat die uitzendingen in ieder geval 'iets' waren en als zodanig recht op een plaatsje konden doen gelden. Tegenover hen, die luchthartigheid en liedjes in die dodelijk-ernstige strijd om ons volksbestaan misplaatst oordeelden, stonden ongetwijfeld velen, die aan hun haat en afkeer jegens de bezetters gaarne uiting gaven in een leutig wijsje. Een goed en vlijmscherp liedje, gezongen in de huiskamer of gefloten door een slagersjongen op de fiets, kon in bepaalde gevallen grotere uitwerking hebben dan ettelijke, ook van de allerbeste, toespraken en opwekkingen."

Van den Broek wist uit eigen waarneming maar al te goed "dat meer dan één overgekomen Engelandvaarder desgevraagd verklaarde aan niets zo veel plezier te hebben beleefd als juist aan die veelgesmade liedjes". Ook het BBC-boekje dat kort na de oorlog terugkeek op Radio Oranje maakte in diplomatieke bewoordingen geen geheim van die ambivalentie. "Men begreep dat een deel van de luisteraars op dit programma geen prijs zou stellen," aldus de anonieme auteur, "maar vertrouwde dat dit deel zou beseffen dat zulk een uitzending tegemoet zou komen aan wat in andere lagen van het Nederlandse volk leefde."

Aankomst familie Paerl in Londen
Al snel kreeg De Watergeus belangrijke versterking door de komst van Jo Paerl en zijn dochter Jetty. Voor de oorlog was Paerl in Nederland een gerenommeerd filmdistributeur. In de meidagen van 1940 was hij met vrouw en dochter in Brussel voor de opnamen van de film Van het een komt het ander, die door de Duitse inval nooit is afgemaakt. Het gezin reisde daarna zes weken lang door België en Frankrijk voordat ze, met achthonderd anderen, op een Hollands koopvaardijschip de overtocht naar Londen konden maken. Daar arriveerden ze eind juni. Om de eerste geldnood te lenigen nam Paerl een baantje als portier aan, maar al snel wist hij een functie bij de Regerings Voorlichtingsdienst te bemachtigen. Zijn 18-jarige dochter kon als modetekenares aan het werk bij Rowes of Old Bond Street.

Feestavond Prinses Irene Brigade markeert start vader en dochter Paerl
Hun bemoeienis met De Watergeus begon met een feestavond voor de pas opgerichte prinses lrene Brigade. Jo Paerl schreef een Nederlandse tekst op het door Vera Lynn populair gemaakte We'll meet again, die door Jetty werd gezongen. Het verhaal gaat dat een BBC-functionaris in het publiek toen suggereerde om dat meisje voor Radio Oranje te laten zingen. Haar achternaam werd in de uitzendingen nooit genoemd, evenmin als die van de andere medewerkers. De achtergebleven familieleden in Nederland mochten immers niet in gevaar worden gebracht. En allengs werd Jo Paerl de belangrijkste tekstschrijver voor het cabaret. "Ook andere personen deden aan De Watergeus mee," schreef Loe de Jong. "We hadden er in de loop der tijden een hele groep voor gevormd die op vrijdagmorgen bijeen placht te komen. Dan werd onder regie van Gibson Parker (voor wie de hele tekst vertaald moest zijn) het programma op de plaat vastgelegd." Helaas is niet meer te achterhalen wie allemaal tot deze groep behoorden, van sommige uitvoerenden is de naam niet meer te vinden. Voor de begeleiding kon onder meer een beroep worden gedaan op muzikanten van de fameuze dansorkestleider Jack Payne. Ook speelde de blinde pianist George Shearing af en toe mee, die toen vaak voor de BBC werkte. Na de oorlog emigreerde Shearing naar Amerika, waar hij wereldberoemd werd.

'Jetje van Oranje'
Aan de amateurcabaretiers werd intussen hardhandig geleerd om hun dictie te perfectioneren. Elk woord moest glashelder in de Nederlandse huiskamers te horen zou zijn, dwars door de Duitse stoorzenders heen. "Het verstaanbaar zingen is me toen soms tot huilens toe bijgebracht," zei Jetty Paerl later. Een typerende regieaanwijzing in het draaiboek van haar vader luidde in die dagen: "Het lied wordt gezongen, eenvoudig en duidelijk." Maar het was de moeite waard. Razendsnel groeide het meisje met de mysterieuze stem uit tot de grootste trekpleister van De Watergeus. Zelf besefte ze in het begin nog nauwelijks wat haar optreden in Nederland teweegbracht. Met de overkomst van de eerste Engelandvaarders veranderde dat. "Er waren jongens bij die de liedjes woordelijk uit hun hoofd kenden. lk niet, ik zong ze van een papiertje." "Jij bent Jetje, Jetje van Radio Oranje," zeiden ze. Op dat ogenblik begreep ik wat Jetje van Radio Oranje hier zo ongeveer betekende. De gemiddelde Hollander in Londen vond het overigens niet zo prachtig. In de sfeer van Buitenlandse Zaken waren we toch een beetje potsenmakers, kermismensen."

Einde van De Watergeus
Alles bij elkaar heeft De Watergeus ongeveer een jaar bestaan, hoewel er ook na die tijd af en toe nog cabaretliedjes in de programma's te horen waren. Wat het snelle einde heeft veroorzaakt is niet duidelijk. Loe de Jong suggereert in zijn memoires dat het cabaret steeds meer het werk werd van één man en daardoor na verloop van tijd 'leeg' raakte. Henk van den Broek geeft in zijn herinneringen aan de Londense jaren dezelfde verklaring. "Het bleek niet wel mogelijk steeds weer opnieuw met goede actuele liedjes te komen, vooral omdat zij, zeker in de latere tijd, steeds door één persoon moesten worden geproduceerd." Beiden doelden vanzelfsprekend op Jo Paerl.

Loe de Jong achtte het daarbij mogelijk dat "de oorlogsgebeurtenissen in het Verre Oosten het effect hadden dat we het niet opbrachten een humoristische uitzending voor te bereiden". Jetty Paerl zei vele jaren later dat er, naarmate de oorlog grimmiger werd, te veel 'vreselijke dingen' gebeurden om de spottende toon van De Watergeus vol te houden. In elk geval kregen degenen die zo'n cabaretprogramma altijd al veel te triviaal vonden uiteindelijk hun zin.

Zie ook Wegwijzer Nederland/Amusement/Cabaret De Watergeus

Tekst: Henk van Gelder