logo
 
zoek
    print
 
NL  »  Landen  »  Overzicht Nederland  »  Muziekroof
 

Muziekroof

De nazi's hadden een bijzondere interesse in muziek uit voormalig joods bezit. Een speciale commandogroep, de Sonderstab Musik, nam in West-Europa grote hoeveelheden muziekinstrumenten, bladmuziek, grammofoonplaten en ander muziekmateriaal in beslag. Zo ook in Nederland. Praktisch niets daarvan is na de oorlog teruggevonden.

De  jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft grote gevolgen gehad voor het culturele leven in de betrokken landen. Het in beslag nemen van kunst uit joods bezit is uitvoerig beschreven en nog altijd actueel. Het ging meestal om de grote waardevolle verzamelingen. In musea en hoge scholen in het Derde Rijk werd het verderfelijke joodse erfgoed tentoongesteld als ‘afschrikwekkend voorbeeld’. In feite ging het om ordinaire roof. Dat dit ook gebeurde met joods muziekbezit uit Nederland is minder bekend.

Sinistere dubbelhartigheid
In Nederland werden tijdens de Tweede Wereldoorlog 29.000 complete inboedels van joodse inwoners in beslag genomen. De eigenaren daarvan waren inmiddels gedeporteerd en naar vernietigingskampen overgebracht. Voor hun voormalig bezit werden verschillende bestemmingen gevonden. Dat het gehele economische en culturele bezit van de joden in West-Europa werd afgevoerd en niet werd vernietigd, tenzij door oorlogshandelingen, wijst op de sinistere dubbelhartigheid van het nazisme. Joods bezit werd zorgvuldig geïnventariseerd, geselecteerd en de huisraad verdeeld onder Duitse families die waren ausgebombt. Of ondergebracht in opslagplaatsen in steden als Berlijn en Leipzig, en later op het veiligere platteland.

Muziekpolitiek in nazi-Duitsland
Ministerpresident Göring in gesprek met componist Strauss tijdens de opening Duitse Kultuurkamer, 5 september 1936 (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
Ministerpresident Göring in gesprek met componist Strauss tijdens de opening Duitse Kultuurkamer, 5 september 1936 (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
Zodra Hitler in 1933 in Duitsland aan de macht kwam werden maatregelen genomen om het joodse aandeel in het muziekleven zoveel mogelijk te beperken. Joodse musici, leraren, wetenschappers, instrumentbouwers, uitgevers en anderen mochten hun beroep niet langer uitoefenen. Zij die het zich konden veroorloven emigreerden naar het buitenland. Muziek van joodse componisten werd van het concertrepertoire geschrapt, hun composities uit bibliotheken verwijderd, grammofoonplaten met opnamen van joodse musici vernietigd. Alfred Rosenberg, Hitler’s partijideoloog, organiseerde de controle op alle kunst- en cultuurmaatregelen van het Derde Rijk. Zijn medewerkers, specialisten in een bepaald vakgebied, waren actief op het gebied van literatuur, wetenschap, beeldende kunst, muziek en theater. Ze zorgden ervoor dat de namen van joden die actief waren in het culturele leven op lijsten en naslagwerken als ‘besmet’ werden vermeld. In 1939 bestond de staf van Rosenberg uit ruim 120 mensen en kwam het joodse culturele leven in Duitsland volledig tot stilstand.

Lexicon der Juden in der Musik
Vanaf 1935 was de muziekwetenschapper Herbert Gerigk hoofd van het Amt Musik van Rosenberg. Hij verzamelde zoveel mogelijk gegevens over joden die in het muziekleven actief waren. In 1940 presenteerde hij zijn Lexikon der Juden in der Musik, een naslagwerk van 380 pagina’s met vele honderden namen, ook van bekende musici en componisten in het buitenland. Vol trots meldde hij in het voorwoord dat in elk geval "het Duitse muziekleven is gereinigd van joodse elementen".

Oprichting Sonderstab Musik
Na de Duitse inval in Nederland, België en Frankrijk in mei en juni 1940 werd aan Reichsleiter Rosenberg gemeld dat vooral in Parijs veel kunst- en cultuurbezit ‘onbeheerd’ werd achtergelaten door gevluchte joden. Rosenberg vroeg en kreeg toestemming van Hitler om dit materiaal van de vijanden van het Rijk in beslag te nemen. Hij richtte daarop in juli de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (ERR) op in Parijs, met specialisten uit zijn vooroorlogse organisatie van wetenschappers. De belangrijkste taak van de ERR werd niet alleen het opsporen en in beslag nemen van joodse boekcollecties, joodse uitgeverijen, antiquariaten en boekhandels, maar ook het bezit van vrijmetselaars, Rotaryclubs, en andere vijanden van het Derde Rijk. Binnen korte tijd had Rosenberg de beschikking over een Sonderstab (Bijzondere Eenheid) voor de beeldende kunsten, bibliotheken en muziek tot zijn beschikking. De Sonderstab Musik kwam onder leiding van Herbert Gerigk. De ERR ging zeer voortvarend te werk en nam in Parijs in korte tijd een groot aantal joodse bibliotheken en kunsthandels in beslag. Het was het begin van een grootschalige roof van joods economisch en cultureel bezit die zijn weerga in de geschiedenis niet kent.

In augustus 1940 richtte Rosenberg in Brussel een ERR-vestiging op, in september volgde Amsterdam. Gerigk werd direct actief in de drie vestigingen. In Parijs sloeg hij een grote slag: eind september werd  het complete bezit van de gevluchte klaveciniste/pianiste Wanda Landowska (1879-1959) in beslag genomen en naar Berlijn afgevoerd. Het ging om om een omvangrijke verzameling van kostbare historische muziekinstrumenten en een bibliotheek van ongeveer tienduizend muziekboeken, partituren en waardevolle handschriften. Van haar collectie is na de oorlog vrijwel niets teruggevonden. In korte tijd werden in Parijs ook de bezittingen van een groot aantal andere beroemdheden in beslag genomen, zoals van componist Darius Milhaud, pianist Arthur Rubinstein en cellist Gregor Piatigorski.

De ERR in Nederland
De opening van het kantoor in Nederland was op 15 september 1940, op Prinsengracht 796 in Amsterdam. SS-Sturmbahnführer Albert Schmidt-Stähler leidde de vestiging vrijwel de hele oorlog met ongeveer tien medewerkers, zowel Duitse collega’s als Nederlandse hulpkrachten. Het gebouw van de belangrijke bibliotheek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) op de Keizersgracht 264, in juli al geconfisceerd, werd de verzamelplaats voor andere inbeslagnames.

Herbert Gerigk had in het begin in Amsterdam geen vaste medewerkers voor muziek. Hij kwam regelmatig langs voor het begeleiden van bepaalde acties, maar stuurde ook vaak medewerkers uit Berlijn naar het kantoor in Nederland: onder anderen de musicologen Hannah Erfmann en Wolfgang Boetticher. In de zogeheten Wochen- en Monats-Berichte van de ERR, die deels bewaard zijn gebleven, werd bericht over de belangrijkste acties en inbeslagnames. Over de laatste maanden van 1940 waren hierover nog geen bijzonderheden over Nederland te melden: Gerigk was nog druk bezig in Frankrijk met grote individuele confiscaties. Dit veranderde vanaf 1941.

1941
Het joodse zakenleven op muziekgebied wordt in kaart gebracht. Muziek-, radio- en grammofoonwinkels moeten hun deuren sluiten, hun voorraad wordt in beslag genomen. In het beste geval mogen ze voor een symbolisch bedrag  hun handel overdoen aan een zaakwaarnemer, een Verwalter, meestal een Rijks-Duitser of NSB’er. Joodse instrumentbouwers moeten hun activiteiten staken. Joodse orkestmusici, werkzaam in zowel de serieuze als de amusementsmuziek worden ontslagen. Op dansscholen wordt gecontroleerd of er muziek van joodse musici en artiesten wordt gedraaid, ‘foute’ grammofoonplaten worden meegenomen, de radio-omroepen komen onder controle. Vanaf  augustus komen Gerigk en medewerkers uit Berlijn regelmatig naar Amsterdam om de resultaten van deze acties te bekijken. In verschillende bibliotheken worden ruim zevenduizend muziekhandschriften gecontroleerd op Duitse herkomst of joodse signatuur en waar nodig gekopieerd. De eerste kisten met bladmuziek uit joods bezit worden naar Duitse scholen verstuurd.

1942
In het voorjaar van 1942 komt met de eerste deportaties ook de M-Aktion (Möbel-Aktion) op gang. De grote hoeveelheden huisraad die in de joodse huizen achterblijven worden in opslagplaatsen en havenloodsen ondergebracht, van waaruit ze geleidelijk onder getroffen Duitse gezinnen worden verspreid. Alles met betrekking tot muziek (waaronder instrumenten, boeken, bladmuziek, grammofoonplaten) wordt apart gehouden. Vijf grote kisten met onder andere ‘moderne muziek, literatuur, zeldzame uitgaven, kamermuziek’ worden in augustus naar het Amt Musik van Gerigk in Berlijn verscheept, waardevol genoeg om daar te worden geïnventariseerd. In de loop van het jaar wordt duidelijk dat er een apart pand voor de verwerking van de buit uit de M-Aktion moet worden gevonden, vooral voor (vak-)literatuur, muziek en kunstvoorwerpen. Op Rokin 116 wordt daarvoor een joodse kunsthandel onteigend en verbouwd.

1943
De vestiging aan het Rokin wordt buitengewoon efficiënt georganiseerd. In de eerste maanden zijn al twaalf kisten met gesorteerde muziek verwerkt, grotere instrumenten als piano’s en vleugels worden apart verscheept. Gerigk en zijn stafleden komen het hele jaar regelmatig naar Amsterdam om de voortgang te controleren en acties te organiseren. Voortaan moet de SD (Sicherheitsdienst) de medewerkers van de ERR te informeren waar ontruimingen plaatsvinden, zodat vooraf aanwezig muziekmateriaal kan worden veiliggesteld. Vanaf juli neemt het aantal kisten met muziekmateriaal explosief toe. Maar liefst 115 houten containers gaan deels per trein naar Leipzig. Berlijn is zwaar gebombardeerd en Gerigk heeft zijn hoofdkwartier moeten verhuizen. Een deel gaat naar Schloss Langenau in Silezië, dat per binnenvaartschip via de Oder bereikbaar is.

1944
In april komt Reichsleiter Rosenberg persoonlijk naar Amsterdam. Hem wordt een lijst voorgelegd met het aantal kisten met materiaal uit joods bezit dat tussen 26 november 1940 en 14 januari 1944 vanuit Nederland is verscheept, een totaal van 2.277. De hoeveelheid huisraad, de opbrengst uit de 29.000 joodse huishoudens, is niet te becijferen en staat hier los van. In juli wordt de ontruiming van joodse woningen (de M-Aktion) formeel afgesloten en ontvangt Schmidt-Stähler een bedankbrief van Rosenberg: "Op het resultaat van 29.000 ontruimde woningen kunnen u en uw medewerkers terecht trots zijn". Van januari tot en met augustus 1944 worden nog 155 kisten met muziek verscheept, vooral naar Schloss Langenau. Leipzig is zo zwaar gebombardeerd dat alleen het platteland nog ‘veilig’ is voor de geallieerde luchtaanvallen. Echter niet voor de uit het oosten oprukkende Russische legers, zoals later zal blijken. Na augustus verschijnen er geen Wochen- en Monatsberichte meer. De ERR heeft zich naar aanleiding van Dolle Dinsdag op 5 september 1944 uit Amsterdam teruggetrokken in Enschede.

1945
Tot het eind van de oorlog gaan de transporten van joodse goederen vanuit de opslagplaatsen in Amsterdam door. Er is geen rapportage over de mogelijke aanwezigheid van muziekmateriaal of –instrumenten van teruggevonden. In januari komt nog een zending van 158 kisten uit Nederland aan in Schloss Banz (Franken), het ERR-hoofdkwartier na haar vlucht uit Parijs. Op de bijbehorende vrachtbrief staat slechts Signierte Kisten met belangrijk boek- en literatuurmateriaal.

Bestemmingen
Waar bleef al dat muziekmateriaal? Uit bewaard gebleven rapportages van de ERR in Frankrijk blijkt:

  • Kostbare en antieke instrumenten, handschriften en muziekbibliotheken gingen naar het Amt Musik in Berlijn, waar vanaf 1942 veel door bombardementen is vernietigd. Vervolgens naar Leipzig waar vooral instrumenten van Wanda Landowska in 1943 het slachtoffer van luchtaanvallen werden. Na Leipzig vervolgens voor een klein deel naar een klooster in Beieren, waar het na de oorlog werd teruggevonden. Het belangrijkste restant uit de West-Europese rooftocht van de Sonderstab Musik ging naar Schloss Langenau in Silezië.
  • Enkele duizenden piano’s en vleugels waren voor Bombengeschädigten in Duitsland, waaronder ook theaters en muziekzalen, verder voor officieren, legerplaatsen en kantines van de Wehrmacht in Europa, scholen en verenigingen.
  • Bladmuziek, partituren en muziekboeken naar zangverenigingen, plaatselijke orkesten en bibliotheken in Duitsland.

Na de oorlog
Schloss Langenau werd in het voorjaar van 1945 door het Russische Rode Leger ingenomen. Op het nabij gelegen station werden vijf wagons aangetroffen met de achtergebleven inventaris van Gerigks rooftocht met zijn Sonderstab Musik: talloze muziekinstrumenten, boeken en muziekarchieven. De wagons verdwenen oostwaarts richting Rusland, waar het materiaal nog altijd moet zijn. Duitsland werd zwaar getroffen door de geallieerde bombardementen en veel van het geroofde joodse muziekbezit werd vernietigd. Van wat er over bleef kon na de oorlog praktisch niets aan de eigenaren worden teruggeven. Ze leefden niet meer of konden geen aanspraak doen op ‘de zwarte piano uit hun ouderlijk huis’ zonder een foto of eigendomsbewijs - ook die waren in beslag genomen.

Veel muziekmateriaal is aan het eind van de oorlog gestolen door Duitse soldaten en burgers. Nog altijd duikt er oorlogsbuit op bij antiquariaten en in nalatenschappen. Maar het overgrote deel van de oorlogsbuit van de Sonderstab blijft onvindbaar.

Tekst: Willem de Vries