logo
 
zoek
    print
 
NL  »  Landen  »  Overzicht Nederland  »  Zo zong de NSB
 

Zo zong de NSB

Tijdens de Tweede Wereldoorlog klonken overal in bezet Europa Duitse marsliederen door de straten. Ook de Nederlandse NSB (Nationaal-Socialistische Beweging) liet zich muzikaal niet onbetuigd. De NSB ontwikkelde een eigen repertoire van strijdliederen om de massa voor zich te winnen.

(Bron: collectie Gerard Groeneveld)
(Bron: collectie Gerard Groeneveld)
Het belang van het lied binnen het Derde Rijk was ongekend. Via het lied klonk in versimpelde vorm de nationaalsocialistische ideologie door. Vanaf het prille begin van Hitlers bruine revolutie beschouwden de nazi's hun strijdliederen als een bijzonder waardevol propagandamiddel. Het strijdlied was als een wegwijzer voor het nieuwe geloof. "We zongen", schreef Günter Grass in zijn boek Beim Häuten der Zwiebel, "alsof de zang het Rijk groter en groter kon maken." 

Strijdliederen NSB
Wat voor de naziliederen gold, ging ook op voor de liederenschat van de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging. Bij de schepping van de 'nieuwe fascistische mens' hoorde volgens oprichter en leider Mussert ook een levendige zangtraditie. Die begon met het Wilhelmus, dat binnen de beweging tot het einde toe ter afsluiting van iedere vergadering trouw werd gezongen. Via het vertrouwde vaderlandse liederenrepertoire ontstonden langzamerhand eigen NSB-strijdliederen. Ook in Nederland moest de gemeenschapsgedachte via de liederen tot leven worden gewekt. Onder de leus "Gelooft in datgene wat ge zingt en ge zult overwinnen!" zongen Musserts zwarthemden de Nederlandse natie wakker. De thema's vertoonden opvallend vaak overeenkomsten met de inhoud van de nazistrijdliederen: tegen democratie, tegen communisme, voor volk en vaderland en natuurlijk voor de Leider. Typisch Nederlands waren het streven naar Dietsland, toespelingen op het glorieuze zeventiende-eeuwse verleden en de knieval voor het huis van Oranje. Daar zou geen Duitser over zingen.

Politieke teksten voeren boventoon
Antisemitische teksten ontbraken vrijwel volledig in de vooroorlogse liederen van de NSB. Na mei 1940 werden joden wel een enkele keer genoemd, maar over het geheel waren anti-joodse hatelijkheden in de NSB-liederen afwezig. Antisemitisme was kennelijk voor de meeste tekstschrijvers geen geschikte inspiratiebron. In de NSB-pers of in publicaties waren antisemitisme tendensen gebruikelijker.

Zangtraditie NSB
De oprichting van muziekkorpsen en zangkoren binnen de beweging liet zien dat de NSB serieus werk maakte van de zang. Begin 1938 waren in Nederland acht volwaardige NSB-koren actief. ln Amsterdam en Den Haag telden die tachtig leden. De Afdeeling Vorming van de beweging zorgde ervoor dat de zang onder de aandacht van de leden bleef en d(Bron: collectie Gerard Groeneveld)
(Bron: collectie Gerard Groeneveld)
at er veelvuldig werd geoefend. Nederland kon minder dan Duitsland terugvallen op een diepgewortelde zangtraditie, dus Musserts volgelingen hadden heel wat schroom te overwinnen. NSB-bladen als Volk en Vaderland, Het Nationale Dagblad, Vorming, De Stormmeeuw en later De Zwarte Soldaat hielpen daarbij een handje en berichtten herhaaldelijk over het belang van het zingen. Ook publiceerden ze van noten voorziene liedteksten.

Massale zangbijeenkomsten
Tijdens de jaarlijkse bijeenkomsten konden de NSB'ers laten horen wat ze waard waren. In de RAI in Amsterdam, later op de Goudsberg in Lunteren, klonken massaal de strijdliederen van de beweging. Het was dé grote zangmanifestatie van de NSB. Op veel van Musserts geloofsgenoten maakte die gebeurtenis een onvergetelijke indruk. Daar voelden ze zich daadwerkelijk onderling hecht verbonden. Duizenden NSB'ers uit heel Nederland vergaapten zich aan het vlagvertoon en laafden zich aan de gezamenlijk gezongen liederen. Het vuur dat daar werd aangestoken was groot genoeg om een jaar lang in de harten te blijven branden.

Tekstschrijvers NSB
De teksten en melodieën voor de NSB-liederen kwamen van enkele gedreven Mussertmannen, van wie sommigen een professionele muzikale achtergrond hadden. Een van de bekendste onder hen was Melchert Schuurman uit Alkmaar. Hij was verantwoordelijk voor heel wat populaire strijdliederen. Met zijn ongeremde enthousiasme droeg hij als geen ander bij aan de zangpropaganda binnen de beweging. Van hem waren onder meer Zwarthemdenlied, Vrijheid en recht, Zwart-Rood Banier! en Mussertman. Een ander was Piet Heins, die vaak samen met Jaap van Kersbergen liederen voor de WA [Weerbaarheidsafdeling, afdeling van de NSB] schreef en componeerde. Heins zette muziek onder WA marcheert van Frans Bankman en was onder andere verantwoordelijk voor Daar ging een scheepje, Voorwaarts, Stormsoldaat, Dietschland ontwaakt! en het Oostlandlied. Zowel Schuurman als Heins gaf zich vrijwillig op voor respectievelijk het Nederlands Vrijwilligerslegioen en de Waffen(Bron: collectie Gerard Groeneveld)
(Bron: collectie Gerard Groeneveld)
-SS. Ook hier liet de zang hen niet los en leverden ze enkele soldatenliederen af. Beiden bleven zich tot het einde toe actief met zang binnen de NSB bemoeien.

NSB zingend naar Oostfront
Na mei 1940 waren de NSB en in het bijzonder de WA prominent met hun zang op straat aanwezig. Meer dan voorheen stelde de beweging zich ten doel de Nederlandse bevolking met zang voor zich te winnen. Door het uniformverbod en de wet op de weerkorpsen was dat vóór de oorlog praktisch onmogelijk. Ook andere formaties als Jeugdstorm, Nederlandsche Arbeidsdienst en Nederlandsche SS gingen zingend de straat op. Er kwamen nieuwe liederen, de NSB gaf grammofoonplaten en liedbundeltjes uit, er waren drukbezochte zangbijeenkomsten. Toen in oktober 1941 duizenden Nederlandse vrijwilligers naar het Oostfront vertrokken, deden ze dat onder het zingen van het speciaal daarvoor gecomponeerde Oostlandlied. Ook werd hard gewerkt aan een nationaal zangfeest dat jaarlijks ter bevordering van de zang in Amsterdam gehouden zou worden. Dat moest de aanzet geven om heel Nederland weer aan het zingen te krijgen.

Inhoud liederen tijdens oorlog
De liedcultuur van de beweging bloeide als nooit tevoren. Even leek het erop of de nieuwe tijd inderdaad zou gaan aanbreken. Maar met het voortduren van de oorlog bleek van het veelbezongen Dietse ideaal weinig terecht te komen. Het voorspelde Gouden Rijk bleef uit. De vijand in oost, zuid en west bleek talrijker en hardnekkiger dan de zich superieur wanende Wehrmacht had verwacht. In Nederland keerde de bevolking zich steeds meer van de NSB en haar (Bron: collectie Gerard Groeneveld)
(Bron: collectie Gerard Groeneveld)
collaboratiepolitiek af. De door de NSB verlangde volkseenheid leek verder weg dan ooit. Het nationale zangfeest op de Dam in Amsterdam verliep weinig succesvol. De organisatie kampte daarna met zulke financiële en organisatorische problemen, dat het niet meer werd herhaald. Strijdliederen zongen voortaan van dapper zijn, je plicht vervullen, trouw aan leider en vaderland en over het offer van de dood. "Staan wij vandaag nog als knapen/Morgen marcheeren w'als soldaat" klonk het in een Jeugdstormlied uit begin 1944. De NSB-jeugd had het padvinderskleed definitief afgeworpen en zou nu ook aan de totale oorlogsvoering geofferd worden.

Stilvallen zingende revolutie NSB
Na Dolle Dinsdag stortte alles in elkaar. Talloze NSB'ers vluchtten hals over kop uit Nederland, naar Duitsland. Euforie sloeg om in ontnuchtering. Hier en daar klonken nog vertwijfeld de tonen van een lied. Voor vaandels, ordelijke marsen en pittige strijdliederen was geen plaats meer. De belofte van een betere toekomst werd niet waargemaakt. De zingende revolutie viel stil.

Zes decennia later rest er weinig van de eens met zoveel geestdrift gezongen liederen. Flarden klinken alleen nog na in de herinnering. Oude soldatenliederen waren nog wel te horen op reünies van oorlogsveteranen, al klonken die elk jaar onvaster. De Bundeswehr was zo gecharmeerd van het ooit door Hitlers tanksoldaten gezongen Panzerlied, dat dit nog in 1991 het zangboek van de Duitse militairen sierde. Ook Lili Marleen is nog incidenteel over de ether te horen, en ongetwijfeld zullen neonazi's hun onderlinge solidariteit nog met bier en 'bruine liederen' beklinken. Maar dat zijn uitzonderingen. De NSB-liedcultuur is voorgoed het verleden in gezonken.

Liedtekst Das Lied der Deutschen
Liedtekst Die Fahne hoch

Tekst: Gerard Groeneveld, auteur van Zo zong de NSB (Uitgeverij Vantilt, 2009)
Zie Zo zong de NSB (Andere Tijden, VPRO), met veel audiomateriaal