logo
 
zoek
    print
 
 
NL  »  Landen  »  Overzicht Nederlands-IndiĆ«  »  Piano-vioolduo Lili Kraus en Szymon Goldberg  »  1942: oorlog en bezetting
 

1942: oorlog en bezetting

In de kolonie werd intens meegeleefd met het bezette moederland. Maar het duurde niet lang voordat ook Nederlands-Indië in de oorlog betrokken raakte. Door de Japanse bezetting vanaf 8 maart 1942 konden Lii Kraus en Szymon Goldberg niet meer weg uit Indië. Uitstel was afstel geworden. Doda Conrad was net voor de bezetting vertrokken.

In een tijd van ontreddering leefde men tussen hoop en vrees. Wishful thinking overheerste. Iedereen dacht dat de bezetting zo lang niet zou duren en dat de geallieerden spoedig zouden komen. Voor de westerse ingezetenen was het onderworpen zijn aan Aziaten ondenkbaar.

Werken voor de Japanse culturele commissie
Na de capitulatie werden eerst de militairen geïnterneerd, gevolgd door de burgerbevolking, de mannen eerst. De families Mandl en Goldberg konden vooralsnog ‘buiten’ blijven wonen. Hun bijzondere status hadden zij te danken aan hun werk voor de Japanse culturele commissie. Deze culturele commissie maakte deel uit van het Japanse propagandacorps van officieren en was verantwoordelijk voor het organiseren van het culturele leven in Indië tijdens de bezetting. De commissie werd gevormd door een bekend literator (Abe Tomoji), een componist-dirigent (Nobuo Iida) en een muziekliefhebber (Toshi Yaki Kondo). Kondo was ook eerste commandant van de kampen in de regio Batavia en omstreken op West-Java. Deze commissie regelde zodoende ook de optredens van Lili Kraus en Szymon Goldberg in en buiten de kampen, ze fungeerden eigelijk als ‘Nipponwerkers’. Bij muziekuitvoeringen zat de Japanse commandant Kondo op de voorste rij. Het piano-vioolduo Kraus-Goldberg had veel goodwill bij hem opgebouwd. Hij had ze zes jaar tevoren in Japan gehoord en voelde zich zeer vereerd dat hij hun concerten mocht organiseren.

Amusement als afleiding vanaf begin bezetting
Al vanaf het begin van de bezetting was amusement een belangrijke afleiding. Cultuur en muziek als lafenis voor geest en ziel kregen meer betekenis dan voorheen en werden sterke sociale factoren. Lili Kraus speelde in het begin ieder weekend voor de radio. Lien Lanzing schreef in haar dagboek: ’30-03-1942, ik hoor Chopin over de radio, wat een troost geeft muziek toch.’ Op 13 december van datzelfde jaar speelde Lili Kraus een pianoconcert van Mozart (in c, KV491).


Piano concert KV491 (Mozart), deel 1; Lili Kraus (piano); Weens Symfonieorkest onder leiding van Rudolf Moralt; VOX PL 6880, 1953


Piano concert KV491 (Mozart), deel 2; Lili Kraus (piano); Weens Symfonieorkest onder leiding van Rudolf Moralt; VOX PL 6880, 1953


Piano concert KV491 (Mozart), deel 3; Lili Kraus (piano); Weens Symfonieorkest onder leiding van Rudolf Moralt; VOX PL 6880, 1953

Een veertigtal orkestleden werd daarvoor tijdelijk uit de kampen gehaald. De dirigent van het orkest was de Japanse musicus uit de culturele commissie. Het conDe Julianaschool in Kamp Tjideng
De Julianaschool in Kamp Tjideng
cert in het Bataviase NIROM-gebouw werd ook naar Japan uitgezonden. Overwogen werd om ook het bekend pianoconcert van Tsjaikovski uit te voeren, maar daar is het niet van gekomen. Maria Goldberg heeft geprobeerd om haar man ook voor de radio te laten spelen. Hij werd echter geweigerd. Volgens een Japanse geïnterviewde had dat mogelijk te maken met Goldbergs joodse afkomst.

Naast haar optredens en haar radiowerk had Lili Kraus leerlingen. Eén van hen was Okuda Koten, een functionaris bij de radio, een Japanse soldaat die in zijn burgerleven beroepsorganist en koordirigent was. Door de aparte positie die ze innam kon ze zich een vrijer gedrag veroorloven. Hoewel, ook hieraan stelden de Japanners wel degelijk grenzen. Op een dag, uit de studio gekomen, wuifde Lili Kraus naar buiten werkende geïnterneerden. Dit kwam haar te staan op arrestatie door de Kempei Tai, de Japanse militaire politie. Dankzij voorspraak van haar Japanse leerling liep het met een sisser af. In het nog open Tjidengkamp voor vrouwen en kinderen gaf Lili Kraus op 26 december 1942 in de Julianaschool een recital. Het programma mocht er wezen: de Waldsteinsonate van Beethoven, de Sonate in a moll van Mozart, Boerendansen van Bartók, Prélude van Debussy en de Wanderer-Fantasie van Schubert.'

Ook Goldberg speelde in dezelfde zaal. In de andere Bataviase vrouwenwijk, Kramat, zou het duo een concert geven. Hiervoor moesten de nodige voorbereidingen worden getroffen. Kampmeisje Estelle schreef hierover in


Roemeense volksdansen (Bela Bartók); Lili Kraus (piano); Parlophone/Odeon R20435, 1938

haar dagboek: "[...] zou er een concert worden gegeven: Szymon Goldberg viool en Lily Kraus piano, of liever vleugel! De sjouwploeg moest ‘m op het bordes zetten. Dertien treden... met z’n tienen sjouwden ze als een troep mieren onder het zwarte geval. De Jap brullend en Lily gillend: Pazzoep! Pazzoep! Eindelijk stond de vleugel waar hij moest staan. Lily ging zitten en maakte een riedeltje. ‘Niet koed! Kéén koede akoestiek! Teruk naar beneden!’ Nou – daar gingen ze dan weer. Gescharrel, gezucht, gehijg, gekreun met daarnaast de reeds bekende begeleiding. ‘Awas àwas! Pazzoep!’ Lily speelt weer een riedeltje: ‘Oh! Helemaal niet koed! Boven viel besser!’ Hallikidé! Wie doet er mee?! Naar boven maar weer. Hun ruggen waren inmiddels gebroken. Riedeltje... ‘En nou is het genoeg!’ riep Blacky voor Lily iets kon zeggen. ‘U lijkt de Jap zélf wel! Mijn meisjes hoeven zich voor u geen breuk te tillen. Barst maar met uw akoestiek, maar er maar wat van...’ Ze leek wel een furie op het moment. De vleugel bleef boven staan waar die overigens schitterend had geklonken."

Muziek in kampen soms toegestaan, soms verboden
Lili Kraus en Szymon Goldberg konden in elk geval nog optreden. Regels waren op den duur plaatselijk en volkomen arbitrair. Terwijl in het ene kamp muziek en onderwijs streng verboden waren, werd het in een ander kamp oogluikend toegestaan. In een enkel geval werd het zelfs gestimuleerd. De commandanten wilden zelf ook wel eens iets meemaken. Zo mocht hier en daar af en toe gemusiceerd worden, bijvoorbeeld op christelijke en Japanse feestdagen. Nog op 1 mei 1943 tekende Tjideng-bewoonster Anneke Henkes-Rijsdijk op: 'Voor de tweede maal gaf Lili Kraus hier van de week een concert. Er wordt door de hele wijk van genoten. Kondo, de commandant, kwam luisteren. Deze man is eigenlijk zeer geschikt. Miep krijgt veel van hem gedaan, vooral wat muziek betreft, daar hij hiervan houdt.' Miep Willinge was het kamphoofd, vertegenwoordigster van de kampbevolking. Zij was zelf violiste. Enkele weken later, op 18 mei, speelde ook Goldberg nog een keer in Tjideng, zo meldde dezelfde schrijfster.

Levensomstandigheden in en buiten kampen verslechteren
Niet alleen in de kampen verslechterden de levensomstandigheden, maar ook daarbuiten. De Indo-Europese vrouwen en kinderen en de Indonesische bevolking waren overgeleverd aan de bezetter en raakten meer en meer in kommervolle omstandigheden. Ze leefden onbeschermd en waren daardoor in feite vogelvrij. Huiszoekingen, razzia’s en gedwongen verhuizingen waren aan de orde van de dag.

Lili Kraus ontkomt aan razzia door pianospel
Richard Sie, zoon van een Chinese chirurg, toen dertien jaar, herinnert zich hoe Lili Kraus ontkwam aan een razzia door haar pianospel:


Gesprek met Richard Sie, Radio Nieuw Zeeland, 2003

"In de oorlog hadden mijn ouders Lili Kraus en haar gezin in hun huis in Bandoeng opgenomen. Op een middag werd hard op de deur gebonsd. Tegenover onze bediende en mij stond een Japanse hoofdofficier. Hij stapte agressief het huis binnen, wees op de vleugel en schreeuwde: Riri Kurausu! En gebood dat Lili onmiddelijk mee moest naar het hoofdkwartier. Onze bediende haastte zich haar te halen en de man plofte neer op de bank en klemde zijn samuraizwaard tussen z’n knieën. Op de oprijlaan stond een militaire auto, omringd door mannen in uniform. Ik wachtte in stijgende spanning toen Lili de kamer binnen kwam. Ze verscheen wonderlijk kalm en ontspannen en glimlachte stralend naar de barse man. Hij stond op en staarde haar met koude blikken aan. Onverstoorbaar stelde zij zich voor met de voor haar zo karakteristieke warmte en verwelkomende charme. Daarna streelde zij de piano. Duidelijk verbluft stond de officier daar, zijn ogen in ongeloof op Lili gericht. Hij ging weer zitten en beval haar om piano te spelen. Tot mijn verbazing zette Lili zich met graagte aan de piano. Ze speelde met veel aplomb enkele akkoorden en er volgden snelle vluchten in gebieden van waarlijke vrijheid en ruimte. We werden meegevoerd in de wondere magische wereld van Mozart. Wat na de stilte gebeurde kon ik nauwelijks geloven. Alsof in tweestrijd boog de commandant zijn hoofd en zakte op zijn zwaard. Toen barstte hij in snikken uit en mompelde zacht: 'Motsarutu... Motsarutu...'. Zwijgend en kennelijk vervuld van begrip en sympathie stond Lili op van de vleugel en tikte hem zacht op de schouder. Na een pauze stond er een geheel andere man op van de bank. Respectvol buigend mompelde hij zijn dankbaarheid voor haar impromptu concert. Zachtjes verliet hij het huis, blijkbaar vergeten dat Lili mee had gemoeten."

Bijzondere relatie met Japanse propagandastaf
Tussen het echtpaar Mandl-Kraus en leden van de Japanse propagandastaf en culturele commissie was inmiddels een bijzondere relatie ontstaan. Voor de commissie betekende het echtpaar een eerste ontmoeting met de westerse cultuur. Ze waren de belichaming van de intellectuele en culturele crème de la crème. Beiden waren sterke en begaafde persoonlijkheden. Zij, gepassioneerd kunstenares met charisma en veel geroemde uiterlijke schoonheid. Hij, erudiet en met een natuurlijk geestelijk overwicht. Buigen voor de Japanners ervoeren ze, in tegenstelling tot de Nederlanders, niet als een vernedering, waarmee al één barrière was weggenomen. Voor hen was dit een gebruikelijk begroetingsritueel waarmee ze al in 1936 kennis hadden gemaakt. De Nederlanders voelden het buigen als vernederend, niet in de laatste plaats ten overstaan van de ‘inlanders’, hun voormalige onderhorigen. Moeten buigen voor de Hei Ho’s, de Indonesische soldaten in Japanse dienst, was eenvoudig onverteerbaar.

Hoog spel met de Japanners
De contacten van het echtpaar met de Japanners beperkten zich niet tot de muziek alleen. Ze discussieerden zelfs over politiek, wat zeer ongebruikelijk was. Dit kon omdat bij de meer ontwikkelde Japanners een weerstand bestond tegen de politieke ambities en het brute regime van hun eigen land. Mandl waagde het eens het hele Aziatische avontuur nutteloos te vinden en vroeg de Japanners onverbloemd wat ze zouden doen als Japan de oorlog zou verliezen. Riskant en hoog spel voor beide partijen. Het echtpaar nam ook andere risico’s. Omdat Lili solidair was met de geïnterneerden, hielp ze regelmatig met het smokkelen van geld en briefjes van het ene naar het andere kamp. Bovendien hadden ze een radio. Het was de vraag of de machthebbers er eigenlijk wel van op de hoogte waren dat dit Oostenrijkse echtpaar de Duitse nationaliteit had geweigerd, met alle consequenties van dien. En wisten ze van hun joodse identiteit? Lili hield haar joodse afkomst altijd zorgvuldig geheim. Ook had het echtpaar het genereuze aanbod van de culturele commissie om tegen een astronomisch honorarium naar Japan te vertrekken, afgeslagen. Afgeslagen ‘for several reasons’, zoals de pianiste het later verwoordde. Mogelijk was de latere extreme overgang van vrijheid naar Kempei Tai een represaille voor die weigering.

Laatste concert in vrijheid
In dit delicate kat-en-muis-spel was de belangrijkste vraag: welke indruk haden de Japanners van het echtpaar, hoe waren de loyaliteiten verdeeld en wie zou wie kunnen verraden? Stonden Lili Kraus en Otto Mandl zowel onder als boven de wet? Eén ding stond vast: er moest piano worden gespeeld, leven met en van de muziek betekende overleven. Lili Kraus speelde nog steeds voor de radio. En op 26 juni 1943 was er een liefdadigheidsrecital in de Bataviase Dierentuinzaal. Het was georganiseerd door het POBIM, het verbond tot steun aan verarmde, buiten het kamp wonende Indo-Europeanen die tussen wal en schip waren geraakt. De culturele commissie zat, zoals altijd, op de voorste rij. Die wist wat de concertgeefster niet wist: het zou haar laatste concert in vrijheid worden. Waar de macht echt lag, daar zou niet langer twijfel meer over bestaan.


Impromptu in Es (Schubert); Lili Kraus (piano); Parlophone/Odeon R20562, 1948


 

 

 

 

 

 

Tekst, illustraties, historische muziekopnamen, audiofragment: Frans Schreuder