logo
 
zoek
    print
 
 
NL  »  Landen  »  Overzicht Nederlands-IndiĆ«  »  Piano-vioolduo Lili Kraus en Szymon Goldberg  »  1943-1945: kampjaren Goldberg
 

1943-1945: kampjaren Goldberg

Midden 1943 kwam een einde aan de bewegingsvrijheid van de families Kraus en Goldberg. Ze werden opgepakt en in verschillende kampen in en rond Batavia en Bandoeng geïnterneerd.


Goldbergs ‘tournee’ ging naar eigen zeggen langs maar liefst veertien kampen, waarschijnlijk uit propagandaoverwegingen van de Japanse culturele commissie. Zijn internering begon in Soekaboemi in de residentie Buitenzorg, het huidige Bogor, op West-Java, samen met enkele vooraanstaande Nederlanders. Begin september werd hij, na eerst te zijn vrijgelaten, als 'joodse verrader' gearresteerd door de Kempei Tai vanuit zijn huis in Bandoeng. Waarschijnlijk op instigatie van de Duitse vertegenwoordiging ter plaatse. Zijn viool, een kostbare Stradivarius, deponeerde een huisgenote snel over de pagar [omheining] en kwam onder de hoede van een Zwitsers echtpaar buiten het kamp. Met Goldberg werd een tiental andere joden en vrijmetselaars gearresteerd.

Goldberg speelt in kampen Tjimahi
Na de Kempei Tai volgden interneringen in Bandoeng (Bantjeu, Soekamiskin) met andere statenloze joden en vrijmetselaars. Ze zaten in cellen opgesloten. Daarna, in het ’s Lands Opvoedings Gesticht (L.O.G.), kregen joden een aparte barak. Navrant detail is dat joden, zoals een joodse medegevangene later vertelde, vaak door eigen medegevangenen anti-semitisch werden bejegend. Ze voelden zich bevrijd toen ze werden overgeplaatst naar het zogenaamde prominentenkamp Baros 5 in Tjimahi. Een welkome verbetering was dat ze hier muziek konden maken. Tjimahi, gelegen op de Bandoengse hoogvlakte op West-Java, was van oudsher een garnizoensplaats. Duizenden mannen en jongens waren hier geïnterneerd in drie kampementen.

In het jongenskamp Baros 6 speelde Goldberg voor een paar duizend man. De heer C.H.L. Drievoet, toen een twintiger, beschreef een van de concerten: "Oebie concert: Nu bevond zich in Baros onder de geïnterneerden de bekende violist Goldman (sic.) en zoals de meer ontwikkelde Japanner in het algemeen van klassieke muziek houdt, bleek ook onze Japanse commandant hiertoe te behoren. De kampleiding sloot hier onmiddellijk op aanPlattegrond kamp met oebiveld en kregen we toestemming een piano binnen te halen en werd er een muziekavond georganiseerd. Het grasveld langs de barakken was allang omgezet in een groentetuin waar oebie [zoete aardappel] werd geplant om zijn knollen en zijn bladeren. Na het rooien van de oebie’s werd daar het concert gegeven. In het midden werd de piano geplaatst, waarachter één der vele virtuozen had plaats genomen en ervoor stond de heer Goldman met zijn viool. Iedereen zat op het oebieveldje om de piano heen, er werd druk gesproken en er heerschte en wat opgewonden stemming, omdat dit het eerste concert werd gedurende de nu reeds meer dan twee en een half jaar van internering. Het wachten was op de Japanse officier, die hiervoor toestemming had gegeven. Er was voor deze vertegenwoordiger van keizer Tenno Heika een stoel klaargezet en daar kwam hij dan keurig in een donkergroen naar maat gesneden militair uniform met kapiteins-distinctieven, de bekende witte stijf gestreken open schillerkraag de Samorai (Japans zwaard) op de bekende manier losjes op zij bungelend, al sloffend op zijn keurig gepoetste laarzen met sporen aan en een militair petje op zijn van zeep glimmende hoofd.
Het commando Kyotsky deed ons de houding opnemen en het werd doodstil. De Japanner ging zitten na een keurig salueren en wij mochten ons op het obieveldje neervlijen. Goldman zette zich in postuur, knikte naar zijn begeleider en daar klonken de klanken van dit duo, die eerst onwaarschijnlijk waren maar dan gretig door mij werden opgenomen. Er werd voornamelijk klassieke muziek gespeeld en ik die matig geïnteresseerd was voor dit concert, maar het toch niet wilde missen, onderging een vreemde reactie. Ik vond het prachtig en elke noot deed mij ver weg van dit gevangen kamp zweven. Bovendien was het volle maan, we zaten of lagen buiten met boven ons die fantastische heldere tropenhemel bezaaid met ontelbare sterren. Dit gaf natuurlijk een prachtige combinatie en deed mij alles wat maar met mijn gevangenschap te maken had vergeten. Je dacht alleen maar aan mooie herinneringen en soms stemde het je droevig en vol verlangen naar vrijheid. En dan plotseling was het voorbij, boog Goldman voor het uitbundig applaus en liet zijn accompagneur delen in zijn succes. Het bisgeroep had geen enkel effect, want de Japanse heerscher over het gevangenenkamp Baros stond op en je werd weer in de werkelijkheid terug gegooid. Er klonk weer Kyotski en iedereen stond op en nam de houding aan. De Japanner salueerde, boog na onze Kerei en ging terug naar de werkelijkheid, de vrijheid en wij zagen hem met zijn witgestijfde schillerkraag door de poort sloffen. De betovering was totaal gebroken."

Muziekleven derde Tjimahikamp
Over het muziekleven in het derde Tjimahikamp, het 4e annex 9e bataljon, kortweg 4e bat., vertelde Goldberg naderhand zelf gedetailleerd. Met een potloodstompje op stukjes papier schreef hij voor de aanwezige beroeps- en amateurmusici uit het geheugen aangepaste partijen op van het vioolconcert van Beethoven. Die partijen werden gespeeld op krakkemikkige, gerepareerde en zelf gemaakte instrumenten. Goldberg zei hierover:
"Ik speelde de solopartij en dirigeerde een ‘orkest’ dat bestond uit instrumenten in slechte staat. Een piano, waarvan negentien toetsen ontbraken, diende als slagwerk en voor ander orkestgeluid. Een harmonium vervulde samen met enkele violen en een alt de functie van strijkorkest en houtblazers. Haren voor de strijkstokken trokken we stiekem uit een paard van de voedseltransporten. De ongeschoolde violisten hadden geen strijkstok; die speelden pizzicato."

Op de gitaarsnaren op zijn viool moest hij met zijn strijkstok press heavily. Een andere lezing spreekt van snaren uit telefoonkabels. Onder de musici bevonden zich Witrussen en Hongaren. Die hadden in beter tijden in het NIROM-orkest [Nederlandsch-Indische Radio Omroep] en de grote hotels gespeeld. Ze vormden eigen ensembles en waren thuis in klassieke en lichte muziek. Bekende namen waren George Setét, Dan Koletz en de gebroeders Pikler en Szabó. Onder de Nederlandse musici bevond zich Max Vredenburg, pianist en componist, en na de oorlog in Nederland directeur van Jeugd en Muziek. Deze musici kwamen ook in de andere Tjimahikampen terecht. Goldberg: "Er waren kampcommandanten die de gevangenen elk musiceren verboden, anderen lieten het een of twee keer toe, sommigen ook regelmatig. Ook mocht ik eens dagelijks in een latrine studeren". In de Tjimahikampen werden de uitvoeringen georganiseerd door de commissie ‘O en O’. Eerder genoemde Van Hasselt speelde viool in Goldbergs ensemble. Zijn zoon Huib tekende repetities en Szymon Goldberg speelt het vioolconcert van Beethoven
Szymon Goldberg speelt het vioolconcert van Beethoven
concerten op. Hij meldde dat er geklapt werd, maar een ander memoreerde: "Applaus bij een uitvoering is verboden. In plaats daarvan klinkt als teken van bijval een luid gesis als de ontsnappendde lucht uit een autoband."

Vioolconcert Goldberg voor zieken en menselijke wrakken
In het 4e bat. was de concertzaal een recreatiegebouwtje met een capaciteit van tweehonderd man, maar H.K. Boelen herinnert zich een andere locatie: "Met deze musici voerde Szymon Goldberg het vioolconcert van Mendelssohn uit ten behoeve van de vele zieken en menselijke wrakken, die in dit kamp verbleven. Een barak van bilik [gevlochten bamboe] werd tot concertzaal bestempeld. In de wanden gestoken, primitief in elkaar geknutselde flambouwen vormden de verlichting. Ik was een van de vele gerekruteerde ziekendragers, die het publiek, bestaande uit enige honderdtallen uitgeteerde kampbewoners naar de ‘concertzaal’ droegen en hen daar op de grond legden. Door de flakkerende flambouwen beschenen, in lompen gehulde, op de grond liggende, volkomen uitgemergelde mensen, wier tranen en snikken de muziek begeleidden... velen waren niet tegen deze emoties opgewassen."

In Baros speelde de solist het Mendelssohnconcert, op de piano begeleid door Dan Koletz. Honoraria voor de uitvoerenden waren 10 cent en een extra kadetje, van vaak maagzuuropwekkend bedorven meel. Opmerkelijk was dat ook de kampcommandant kwam luisteren naar dit concert van een verboden joodse componist. Bijzonder is ook de getuigenis van kampbewoner Weeda, toen 19 jaar oud. Op 31 augustus, de verjaardag van koningin Wilhelmina, gaf Goldberg een uitvoering met zijn ensemble. Ze speelden onder meer ‘geallieerde’ muziek. De commandant, zeer mild en welgezind, hield een toespraak en sprak zijn hoop uit dat de volgende viering in een herenigd Nederland zou zijn. De man werd verraden en door de Kempei Tai ontslagen.

Vrij van corvee om handen te sparen
Om zijn handen te sparen werd Goldberg door zijn medegevangenen vrij gehouden van corvee. Kampjongen Carl Denker vertelt: "We werden maatjes voor zover dat mogelijk was gezien het leeftijdsverschil. Szymon Goldberg leerde me de beginselen van het noten lezen. Op wandelingetjes door het kamp trok hij met een stokje strepen in het zand, een g-sleutel en noten die ik dan moest opnoemen." Naast Carl Denker onderwees Goldberg ook anderen in muziektheorie en compositie. 

In Tjimahi kreeg Goldberg gezelschap van Otto Mandl. Mandl werd daar een legendarische figuur vanwege zijn causerieën, cursussen en onderwijs over onderwerpen zoals wereldliteratuur, filosofie en wijsbegeerte. Ook in het Adek-mannenkamp in Batavia was hij een geroemde spirituele goeroe. Dit alles gebeurde veelal in het geheim.

Tekst, illustraties, historische muziekopnamen: Frans Schreuder