logo
 
zoek
    print
 
NL  »  Landen  »  Overzicht Nederlandse Antillen  »  Historie
 

Historie

De zes Nederlands-Antilliaanse eilanden (het toenmalige 'gebiedsdeel Curaçao') werden evenals Suriname in de Tweede Wereldoorlog niet bezet. De olieraffinaderijen draaiden op volle toeren voor de geallieerde legers, het welvaartspeil steeg. "We hebben de oorlog gevierd", zo zeggen oude Antillianen weleens. 

Door de bezetting van Nederland werd het contact met het moederland verbroken, maar op de eilanden ging het goed. Het zelfbewustzijn onder de bevolking nam toe, de behoefte aan onafhankelijkheid groeide. De beroemde Decemberrede van Koningin Wilhelmina op 7 december 1942, waarin ze de gebiedsdelen overzee vormen van zelfbestuur in het vooruitzicht stelde, voedde het zelfbewustzijn. Juist in deze jaren groeide dan ook de belangstelling en waardering voor het Papiamento, de eigen taal.

Milde effecten op dagelijks leven
"We hebben de oorlog gevierd", zo omschrijven oude Antillianen weleens het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. De olieraffinaderijen op Aruba en Curaçao draaiden op volle toeren en leverden een groot deel van de brandstoffen voor de geallieerde legers. De dollars stroomden binnen en de levensstandaard steeg. De
De Arubaanse musicus Rufo Wever (1917-1977) schreef While I'm Away zeer waarschijnlijk naar aanleiding van de buitenlandse militairen die op Aruba waren gestationeerd tijdens de oorlog.
effecten van de oorlog op het dagelijks leven waren mild. Er was schaarste aan luxe artikelen en er moest worden verduisterd. "Alles moest potdicht zitten, er mocht geen sprankje licht zichtbaar zijn en zelfs je sigaret moest je binnen roken, het werd binnen snikheet. Maar… hoog boven de raffinaderij van Shell brandde die eeuwige vlam, die als een teken leek voor de vijand: ‘hier moet je zijn!’", zo stelt schrijver Jules de Palm (Curaçao, 1922).

Een Schutterij werd in het leven geroepen voor het bewaken van strategische militaire locaties. Soms deden zich incidenten voor, zoals de Duitse torpedo die op het Arubaanse strand terechtkwam. Geruchten verspreidden zich snel onder de bewoners, zo zouden Duitse zeelieden bij nacht op Curaçao bij Pietermaai aan land willen komen om een bioscoopje te pikken in Roxy of Cinelandia. Voor de bemanning op de tankers die de ruwe olie voor de raffinaderijen aanvoerden bestond er echter wel degelijk gevaar. Tijdens het grootse Duitse zeeoffensief Paukenschlag in de (Bron: NIOD/Beeldbank WO2)
(Bron: NIOD/Beeldbank WO2)
Caraïben werden ongeveer vierhonderd oorlogsschepen tot zinken gebracht, met tientallen Antilliaanse en Surinaamse doden tot gevolg. De Duitsers slaagden er echter niet in de olieraffinaderijen te raken.  

'De hemel vergeve het mij: dankzij de oorlog'
In 1944 schreef de Arubaanse onderwijzeres Laura Wernet-Pakel (1911–1962) in het manuscript Ons eilandje Aruba (1992) over de effecten van de oorlog op haar eiland. "… Wij, Arubanen van 1944, voelen al heel weinig van de heersende ellende. We eten en drinken zo lekker als we maar willen. … met onze gladde asfaltwegen waarop niettegenstaande bandenschaarste ’n groot aantal luxe en niet-luxe voertuigen zich in een statig tempo, oftewel in een ‘time is money’-tempo voortbewegen … Laten we ’t maar gerust bekennen: wij, arm en rijk, hebben ’t aan de Lago te danken dat we nu zo modern zijn … Ja, aan de Lago en – de hemel vergeve het mij – aan de oorlog. … We zijn, of dat verbeelden we ons, zeer Amerikaans: we dragen sokken of lopen helemaal kousloos; we eten sandwiches, we drinken cold drinks, we lopen harder naar ’n filmvertoning dan naar de kerk, … Sinds de dollarregen begon te stromen …  Dank zij de Lago en …. Dank zij de oorlog!"

Interneringskamp op Bonaire
Aan de meeste bewoners van de eilanden ging de oorlog dus voorbij, maar dat ging niet op voor de mensen die Duitsgezind leken of waren. Zij werden opgepakt en geïnterneerd in kampen op Bonaire. Dit gebeurde onzorgvuldig, mensen met nazisympathieën kwamen in hetzelfde kamp terecht als van oorsprong Duitse joden, die door hun Duitse namen pro-Duits werden geacht. Ook joodse vluchtelingen uit Europa werden geweerd en geïnterneerd.

Al aan het begin van de oorlog werd de populaire zanger Pedro Medardo de Marchena opgepakt, verdacht van communistische sympathieën. Ook hij werd geïnterneerd op Bonaire, waar hij vijf jaar zou blijven. In het kamp schreef hij liedjes over zijn verlangen het kamp te verlaten en over het vrouwelijk schoon buiten het prikkeldraad. Zijn Bula Waya (De omheining over) is een Antilliaanse klassieker geworden. Hij schreef in het Papiamento, als tegenwicht tegen de populariteit van Engelstalige muziek.

Strijden voor de vrijheid van Nederland
Niet alleen Surinamers, maar ook Antillianen meldden zich in 1943 als vrijwilliger voor militaire dienst. Ongeveer 250 Antillianen vertrokken in 1944 met de Surinaamse detachementen naar Australië voor een militaire training. Ze leverden daar met de Surinamers strijd voor de vrijheid van het moederland.

Tekst: Tim de Wolf