logo
 
zoek
    print
 
 

Johnny & Jones (1916-1945, 1918-1945), zorgeloze liedjes in Kamp Westerbork

Johnny & Jones, de two kids and a guitar (Johnny 'Max' Salomon Meyer Kannewasser, 1916, en Jones 'Nol' Arnold Siméon van Wesel, 1918) waren de idolen van de late jaren dertig. Ze maakten voor de oorlog furore met vrolijke op de Amerikaanse jazz gebaseerde liedjes. Ook in het kampcafé van Westerbork speelden ze vrijwel dagelijks opgewekte muziek, tekenend voor hun vertrouwen in de toekomst. Dat vertrouwen bleek een illusie.

Affiche Johnny & Jones (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
Affiche Johnny & Jones (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
Sinds ze in 1936 werden ontdekt bij het Cabaret der Onbekenden, waren Johnny & Jones graag geziene gasten voor de VARA-radio. Ze maakten zeven goedverkopende platen, waarvan het nummer Mijnheer Dinges weet niet wat swing de bekendste is. Nieuwe teksten op bestaande swingmelodietjes en ritmische grappen gezongen met een quasi-Amerikaans accent bezorgden hen een enorme populariteit.

Succes in begin oorlog
In het begin beïnvloedde de oorlog hun succes nauwelijks, het duo bleef gewoon aan het werk. In een tijd dat er geen commentaar gegeven mocht worden op de actualiteit, konden zij met hun kolderteksten toch iets met die actualiteit doen, zoals in het lied Maak het donker in het donker. Maar langzamerhand werd hun werkterrein meer en meer beperkt. Ondanks hun huwelijken, in de hoop daarmee uitstel van deportatie te krijgen, ontkwamen ook Johnny & Jones niet aan deportatie. In de nacht van 9 op 10 oktober 1943 kwamen ze met hun vrouwen in kamp Westerbork aan.

Optreden in het kampcafé
In kamp Westerbork gonsde het altijd van de geruchten: over de naderende geallieerde opmarsen, te verwachten strafmaatregelen van de kampcommandant en het mogelijke platzen (opheffen) van namenlijsten die bescherming boden tegen transport. Ook het gerucht over de komst van Johnny & Jones verspreidde zich razendsnel door het kamp. Met enthousiasme werden beiden in het kamp binnengehaald. Het was niet van 'wat erg voor ze', maar eerder 'dan krijgen we een nog betere revue.'

Net als in de voorstellingen in de Hollandsche Schouwburg kwam het duo in de door Duitse vluchtelingen gedomineerde Westerborkse revues nauwelijks aan bod. Jetty Cantor, die in de eerste oorlogsjaren met beide op tournee was geweest, vertelde: "Ze spraken slecht Duits, die jongens waren helemaal op het Engels ingesteld en dat mocht natuurlijk niet. [...] Op de cabaretavonden konden ze zich niet handhaven." Ook hun Nederlandstalige liedjes kregen geen kans opgenomen te worden in het revuerepertoire, kampcommandant Gemmeker wilde geen Nederlands op het toneel horen.

Toch traden ze wel op in het kamp, meestal 's avonds in het Kaffeehaus, maar ook in de barakken. De liedjes die ze in Westerbork schreven waren swingende liedjes over de vrolijke kant van het alledaagse leven in het kamp. Het wezen van het doorgangskamp en de ellende die dat met zich meebracht speelden geen rol in de teksten. De kracht van het repertoire was altijd al dat ze juist vrolijkheid brachten, wanneer even vergetelheid in deze zware tijden gezocht werd.


Oud-gevangene de heer Caransa vertelt over het muziekleven in Kamp Westerbork, onder andere over de optredens van Johnny & Jones (z.d., bron: Herinneringscentrum Kamp Westerbork).

Uitstapje naar Amsterdam in 1944
Overdag werkten beiden in de vliegtuigsloperij van het kamp. Ook moesten kampgevangenen assisteren bij het Wij slopen met muziek en de Westerbork-serenade.

Westerbork-serenade
Video: Mike Winkelman

Ik zing mijn Westerbork-serenade,
langs het spoorwegbaantje
schijnt het zilveren maantje
op de heide
Ik zing mijn Westerbork-serenade,
met eine schöne Dame
wandelen te samen
zij aan zijde.
En mijn hart brandt als de ketel
in het ketelhuis.
Zo had ik het nooit te pakken bij
m'n moeder thuis.
Ik zing mijn Westerbork-serenade,
tussen de barakken
kreeg ik het te pakken
op de hei.
Diese Westerbork Liebelei.

Illusie van hoop
In Amsterdam werd hen van meerdere kanten een onderduikadres aangeboden. Ze weigerden, ervan overtuigd dat hen in kamp Westerbork weinig kon gebeuren. Ongetwijfeld speelde ook mee dat hun vrouwen waren achtergebleven in het kamp. Niet terugkeren betekende straftransport van familieleden. Helaas hebben ze transport niet kunnen vermijden, op 4 september 1944 zijn Johnny & Jones met hun echtgenotes gedeporteerd. Via Theresiënstadt en onder andere Auschwitz kwamen ze in Bergen-Belsen terecht. Daar zijn ze kort voor de bevrijding buiten hun barak gestorven, Max op 20 maart 1945 en Nol op 15 april 1945.

Tekst: Dirk Mulder, Ben Prinsen


Muziek
Links