logo
 
zoek
    print
 
 

Willem Mengelberg (1871-1951), de vrije val van een gevierd musicus

Willem Mengelberg was in de eerste helft van de twintigste eeuw een van de beroemdste dirigenten wereldwijd. Van jongs af aan had hij een nauwe relatie met Duitsland. Zijn ouders waren Duitsers, die zich in 1869 in Nederland hadden gevestigd. Ook kreeg hij zijn muzikale opleiding deels in Duitsland (Keulen). Vóór de Eerste Wereldoorlog trad hij, naast zijn werk bij het Concertgebouworkest, jarenlang in Frankfurt op. 

Willem Mengelberg (bron: Nederlands Muziek Instituut)
Willem Mengelberg (bron: Nederlands Muziek Instituut)

In de twintiger jaren verlegde Mengelberg zijn buitenlandse werkterrein naar de Verenigde Staten en deelde hij met Arturo Toscanini het dirigentschap van de New York Philharmonic. Vanaf 1936 trad Mengelberg in Duitsland op, waardoor zijn populariteit en goede naam in Nederland aanzienlijk werden aangetast. Mengelberg liep in de Tweede Wereldoorlog niet alleen nog méér imagoschade op, maar kwam door zijn sympathie voor Duitsland in een vrije val terecht.

A-politieke houding
Door zijn baanbrekende Mahlervertolkingen en imposante uitvoeringen van Bachs Matthäus Passion was Mengelberg voor vele muziekliefhebbers tot een ware grootheid uitgegroeid. In een populariteitsonderzoek begin jaren dertig eindigde hij vóór Koningin Wilhelmina op de eerste plaats. Het torenhoge imago van Mengelberg zou in de loop der jaren door zijn onaantastbaar lijkende apolitieke houding afbrokkelen. In 1935 kwam er een omslag in de publieke opinie. Menigeen vond dat hij de morele plicht had stelling te nemen ten opzichte van nazi-Duitsland. Mengelberg voelde hier echter niets voor. Integendeel, hij zou zich eind jaren dertig zelfs een ‘Deutsch-Niederländer’ noemen en fungeerde in Duitsland als een soort ‘buitengewoon gezant’ van de regering.

In oktober 1938 werd hem door de universiteit van Hamburg de Rembrandtprijs toegekend, bedoeld voor belangrijke kunstenaars in het Noordgermaanse Europa. Het dagblad Het Volk (15 maart 1938) gaf via Paul Sanders een scherpe psychologische analyse van de mens en de dirigent Mengelberg. Deze zou een grenzeloze
Willem Mengelberg, video Koninklijk Concertgebouw Orkest
bewondering hebben voor macht en die, als een imponerend feit zonder morele waarde, kritiekloos aanvaarden. “Zo is inderdaad zijn houding tegenover de dictatuurlanden, zo is zijn eigen opvatting als leider, zo is tenslotte ook zijn zucht naar geweldige orkest- en koorbezettingen, zijn willekeurig ingrijpen in het notenbeeld, zijn overschatting van de reproductieve kunst ten koste der scheppende te verklaren.”, aldus Sanders.

Tweede Wereldoorlog
Op 10 mei 1940, toen het Duitse leger Nederland binnenviel, was Mengelberg in Frankfurt. Twee weken later reisde hij door naar het Oostenrijkse kuuroord Bad-Gastein om te kuren, begin juli vertrok hij naar Berlijn voor grammofoonopnamen en concerten met de Berliner Philharmoniker. In het kader hiervan verscheen op 5 juli een interview met hem in de nazikrant Völkische Beobachter. Vijf dagen later publiceerde De Telegraaf onder de kop 'Mengelberg heeft vertrouwen in onze cultureele toekomst' grote delen van dit spraakmakende interview. Hiermee liep zijn imago onherstelbare schade op: “Toen de wapenstilstand gesloten werd, bleven wij den heelen nacht op; het was in Bad-Gastein, en al was ik er tien maal voor de kuur, wij zetten ons met alle vrienden, lieten champagne komen en vierden dit grootsche uur. [...] Europa komt in nieuwe banen. [...] Natuurlijk waren er in Holland personen en kringen die anders georiënteerd waren, maar naar ik hoor laat zich vaststellen, dat die al rijkelijk veel geleerd hebben. [...] Wat zijn het allemaal kortzichtige lieden geweest. En hoe verstoken van alle inzicht waren de politici der Westelijke mogendheden, die den oorlog veroorzaakt hebben.” Vanzelfsprekend brak er in Nederland een storm van verontwaardiging los en werd Mengelberg heel begrijpelijk, ondanks zijn verweer, als een landverrader gezien. De gevierde dirigent was van zijn troon gevallen. In Amsterdam werden anonieme pamfletten verspreid met daarop de tekst: “Professor Mengelberg drinkt champagne, terwijl Nederland capituleert”.

Toen Mengelberg na enige tijd in Nederland terugkeerde verscheen er een ‘interview over een interview’ in De Telegraaf waarin Mengelberg verklaarde dat hij helemaal geen champagne op de Nederlandse capitulatie had gedronken. Ook zei Mengelberg dat het interview was gehouden op verschillende momenten en er dus van alles door elkaar was gehaald. Het effect van het oorspronkelijke interview bleef echter desastreus. Pas in 1947 verklaarde de Centrale Ereraad dat niet bewezen werd geacht dat het interview met de Völkische Beobachter zo had plaatsgevonden als het gepubliceWillem Mengelberg (bron: Nederlands Muziek Instituut)
Willem Mengelberg (bron: Nederlands Muziek Instituut)
erd was.

Tijdens de bezettingsjaren dirigeerde Mengelberg steeds minder vaak zijn Concertgebouworkest, dat meer en meer een beroep deed op Eduard van Beinum en verschillende gastdirigenten. De Beethoven-cyclus in het voorjaar van 1944 zou de laatste concertserie onder leiding van Willem Mengelberg zijn.

Naoorlogse jaren

Kort na de bevrijding kwam de snel samengestelde Ereraad voor de Muziek, die het Nederlandse muziekleven moest ‘zuiveren’ van collaborateurs, al bijeen. De raad, bestaande uit prof.mr. J.C. van Oven, Jos Vranken, Eduard Reeser en H. van den Bosch, sprak op 2 juli 1945 haar eerste ‘vonnis’ uit. Willem Mengelberg werd levenslang uitgesloten van het Nederlandse muziekleven. Hij had zich volgens de ereraad tijdens de oorlogsjaren zodanig schuldig gemaakt aan “ontoelaatbare handelingen in strijd met de nationale eer, dat hij nooit weer de dirigeerstaf in Nederland behoort op te heffen.” Later werd zijn straf verminderd tot zes jaar uitsluiting. Ook werd hem zijn Nederlands paspoort afgenomen, zodat hij een staatloze balling werd in zijn geliefde Chasa Mengelberg in het Zwitserse Zuort. In 1947 moest hij ook nog zijn versierselen bij de huisorde van Oranje-Nassau inleveren. Willem Mengelberg overleed op 22 maart 1951, vlak voor zijn tachtigste verjaardag en vier maanden voordat zijn uitsluiting afliep. Tijdens het herdenkingsconcert in Amsterdam dirigeerde Otto Klemperer het Concertgebouworkest en het Toonkunstkoor Amsterdam met muziek van Bach en Mahler.

Tekst: Geert van den Dungen


Muziek
  • Matthäus Passion, Bach [nog niet beschikbaar]
Links
Literatuur
  • Willem Mengelberg (1871-1951), Een biografie 1871-1920, Frits Zwart; Prometheus, Amsterdam, 1999
  • Nederlandse muziek in de 20-ste eeuw, Voorspel tot een nieuwe dag, Leo Samama; Amsterdam University Press/Salomé, Amsterdam, 2006
  • Muziek in de schaduw van het Derde Rijk, De Nederlandse symfonie-orkesten, 1933-1945, Pauline Micheels; Walburg Pers, Zutphen, 1993
  • Willem Mengelberg [1871-1951], dirigent/conductor, Frits Zwart; Haags Gemeentemuseum, ‘s-Gravenhage, 1995
  • Mahler in Amsterdam, van Mengelberg tot Chailly, Johan Giskes (red.); TOTH Bussum/Gemeentearchief  Amsterdam, 1995
  • Geestdrift & muzikale zin. Geschiedenis van het Amsterdamse Toonkunstkoor 1828-2000, Guus Hofman-Allema; Amsterdam, 2005
  • Over Willem Mengelberg, E. Bysterus Heemskerk; Amsterdam, 1971
  • Waar bemoei je je mee, 75 jaar belangenstrijd van de Vereniging ‘Het Concertgebouworchest’, Johan Giskes, Sannie Hoogervorst, Jannetje Koelewijn, Cas Smithuijsen; Walburg Pers, Zutphen, 1991
  • Historie en Kroniek van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest (2 delen), Drs. H.J. van Royen (red.vz.); Walburg Pers Zutphen, 1989
  • De Matthäus-Passion, 100 jaar Passietraditie van het Koninklijk Concertgebouworkest, Christian Martin Schmidt (red.); TOTH Bussum/KCO Amsterdam, 1999