logo
 
zoek
    print
 
 
NL  »  Toelichtingen  »  Jo Juda (1909-1985) over Kamp Vught
 

Jo Juda (1909-1985) over Kamp Vught


"In het algemeen leek dit kamp veel op dat van Buchenwald. Er hing dezelfde sfeer van ondergang, uitzichtloosheid en vernietiging. ... Eén der eerste dagen had ik nog een merkwaardige ontmoeting. Ik zag ergens een paar van onze kameraden staan praten met andere gevangenen die hier al langer waren. Dit laatste bleek duidelijk uit hun grauwe gelaatskleur en sterk vermagerde trekken. Ik liep op het groepje af om misschien gewaar te worden of de geallieerden eindelijk over het Albertkanaaal waren getrokken. Toen ik vlak bij ze was, riep iemand, op mij wijzend: 'Kijk, daar héb je hem.'

Tot mijn grote verrassing zag ik daar drie heel goede bekenden van mij. Het eerst viel mijn oog op Klaassesz, in mijn tijd bestuurslid van de Groninger Orkest Vereeniging, later gouverneur van Suriname en daarna commissaris van de koninging, provincie Zuid-Holland. Bijna tegelijkertijd stond ik oog in oog met twee collega's, namelijk Everard van Royen, fluitist en na de oorlog directeur van het Amsterdams Muzieklyceum, en Marius Flothuis, kortweg Flot genoemd, componist, die na eerst artistiek leider van het Concertgebouworkest geweest te zijn, toen als hoogleraar musicologie in Utrecht werd benoemd. Met Everard had ik nog samen in het het Amsterdamsch Bach Orkest gezeten en met Flot zou ik als concertmeester van het Concertgebouworkest nog heel wat te maken krijgen. Tijdens één van mijn verloven had Lucie mij verteld, dat vader bij Flot, waar ze hem hadden gesnapt, ondergedoken was geweest. Ik hoorde nu van hem hoe dat in zijn werk was gegaan. ..."

Bron: Jantje Paganini, Häftling 2613, Jo Juda; Uitgeverij Heuff, 1979. Derde deel autobiografie Jo Juda, waarin hij vertelt over de jaren 1940-1945 en zijn concentratiekampervaringen in onder meer Kamp Vught.