logo
 
zoek
    print
 
 
NL  »  Toelichtingen  »  Huisconcerten
 

Huisconcerten

In het najaar van 1942 deed het nieuwe fenomeen van de huisconcerten zijn intrede in het Nederlandse culturele leven. Kunstenaars die weigerden lid te worden van de Kultuurkamer, en daarmee brodeloos waren geworden, organiseerden 'zwarte avonden'. Op deze avonden traden voordrachtskunstenaars, musici en anderen tegen een financiële vergoeding op voor een klein publiek.

Rudolf Escher met Eberhard Rebling en Lientje Brilleslijper (Lin Jaldati) tijdens een illegaal huisconcert, 1943. Voor zover bekend is het de enige bestaande foto van een huisconcert. (bron: Nederlands Muziek Instituut)
Rudolf Escher met Eberhard Rebling en Lientje Brilleslijper (Lin Jaldati) tijdens een illegaal huisconcert, 1943. Voor zover bekend is het de enige bestaande foto van een huisconcert. (bron: Nederlands Muziek Instituut)
De avonden hadden in het begin een zeker 'ondergronds' karakter. Later, toen ze meer gemeengoed waren geworden, ging het er allemaal wat opener en meer ontspannen aan toe. Talrijk moeten de ochtenden, middagen en avonden geweest zijn dat vooral gegoede burgers hun ruime woningen openstelden voor deze concerten. Musici, die geen of weinig bronnen van inkomsten hadden, ontvingen voor hun optreden een zeker bedrag, dat door de toehoorders bijeengebracht werd. Anderen, die het geld niet zo hard nodig hadden, bestemden hun verdiensten voor de illegaliteit. In de laatste periode van de oorlog, toen kou en honger het leven verlamden, werd van de bezoekers een bijdrage in natura gevraagd, zoals voedsel of wat brandstof. [1]

"De narigheid die ons tot deze vorm van concerteren dwong daargelaten, was dit soort musiceren vaak een pure vreugde. Liederen- en sonatenavonden of -middagen, pianotrio's,
-quartetten of -quintetten, maar ook ettelijke solo-recitals wisselden elkaar vaak zonder een zweem van coördinatie af. Nu eens had je een gehoor van twintig mensen, dan weer waren er, zeer tegen de voorschriften van de bezetter in, tweehonderdvijftig in een huis gepropt. Het honorarium was soms geld, soms 'natura' - aardappelen, boter, sokken en wat al niet - soms helemaal niets, want dan ging het ten bate van het een of het ander. Maar altijd was er die evidente muziek-honger bij het auditorium, en bij de uitvoerende dat hartverwarmende gevoel van 'op muzikaal avontuur' te zijn."

[1] Muziek in de schaduw van het Derde Rijk, de Nederlandse symfonieorkesten 1933-1945, Pauline Micheels; Walburg Pers, 1993
[2] Daar zit je dan, Hans Henkemans; Daamen, 1962

Zie ook: Het verhaal van Eberhard Rebling, EenVandaag, 4 mei 2007; "Het verhaal van Eberhard Rebling is een eeuw Duitse geschiedenis. De 95-jarige Nederlandse Duitser ontvluchtte zijn vaderland toen Hitler aan de macht kwam. Hij verhuisde naar Den Haag en trouwde met de Nederlandse danseres Lin Jaldati. Tijdens de oorlog hielpen ze veel onderduikers, maar uiteindelijk werden ze verraden."