"Prof. Van Oven: Wat zegt u daar? Koetsier (luid): Dat ik dit stuk nu wel in de kachel kan gooien. Prof. Van Oven: U begeeft zich op zijsporen. [...] Prof. Van Oven: Hoe komt u erbij, mijnheer Koetsier, de behandeling van de zaak Rudolf Mengelberg een aanfluiting van het recht te noemen? [...] Prof. Van Oven: Dus U erkent, dat U bewust aan een NSB-instituut hebt gewerkt en zoo de door de Duitschers gepropageerde nieuwe orde hebt gesteund. Koetsier (heftig): Niets erken ik. Ik heb niet voor de Nederlandsch-Duitsche Cultuurgemeenschap gespeeld. Prof. Van Oven: Neen, maar wel voor de NSB Omroep. Koetsier: Inderdaad, maar dat vond ik niet zoo erg."