logo
 
zoek
    print
 
 

Annie de Reuver (1917), amusement in bezettingstijd [met film]

Bij de Rotterdamse Annie stroomde als kind al muziek door de aderen. Ze zong altijd. In de jaren dertig zong ze bij The Ramblers onder leiding van Theo Uden Masman, het begin van haar glansrijke carrière. In de oorlogsjaren zong ze door, behoefte als er was aan amusement. Vaak met spottende Nederlandse teksten, zonder dat de Duitsers het doorhadden. 


Annie de Reuver
"Toen kwam die fatale tiende mei 1940, het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Walraven [echtgenoot Annie] werd opgeroepen en moest vertrekken naar de zogenoemde Waterlinie. Daar zat ik opnieuw in m'n eentje. Gelukkig wel bij een familie van allemaal lieve mensen."

 

Bombardement Rotterdam

"We hoorden dat Rotterdam was gebombardeerd. Voor mij was alles stuk. Wat was er met mijn familie gebeurd? Die wurgende angst die een mens dan heeft, en dat dagenlang, verschrikkelijk! Duitse soldaten kwamen alle huizen doorzoeken of er mannen met vuurwapens waren. Ik vergeet nooit meer hoe angstaanjagend ze er uitzagen met hun helmen en geweren in de aanslag. Eindelijk kreeg ik, na een week, via het Rode Kruis een brief van mijn vader met de boodschap dat alles met hen goed was en dat ook het huis gespaard was gebleven. Goddank!"

 

"Vader vond het beter dat ik naar Rotterdam kwam, maar dat was gemakkelijker geschreven dan gedaan. Na veel praten en zoeken vond ik mensen die ook naar Rotterdam wilden. Tegen stevige betaling was er iemand met een auto bereid om ons te brengen. Na een hopeloze rit arriveerden we eindelijk bij de Maasbruggen en daar heb ik een poosje staan janken. Vreselijk! De stad kapot, alles kapot! De restanten smeulden nog en het stok afgrijselijk. Einde Rotterdam. Wat ik dat moment voelde, kan ik niet beschrijven."

 

Dansschool Maison de Klerk dicht in 1940

"Ik veranderde van werk en ging japonnen naaien in een atelier in de Beatrijsstraat voor één rijksdaalder per japon. Op een middag kwam een man me daar opzoeken die zich voorstelde als Jan Pijpers, leider van muziekband The Rhytm Stars. Z'n vast pianiste en zangeres Annie van 't Zelfde was ziek geworden en kon niet optreden met de band. Of ik haar wilde vervangen. Nou daar zei ik geen 'nee' tegen. We werkten ook bij Maison de Klerk onder het Hofpleinviaduct. Het was toen al (en is nog steeds) een bekende dansschool. Maar omdat de Duitsers er niet binnen mochten, onder het mom van dat het een besloten club was, was het gedaan met de pret in die zomer van 1940. De deur ging er dicht."

 

Spottende Nederlandse teksten

"Daarna speelden we in l'Ambassadeur, een gelegenheid die net nieuw was opgeleverd bij de Rochussenstraat. De dancing was vervanging voor het vertier dat uit de binnenstad was verdwenen door het bombardement. Dat we daar mochten spelen was héérlijk. ... Het mooiste voor ons was toch wel het spelen van Engelse nummers met een zelfgemaakte spottende Nederlandse tekst aan het adres van de bezetters. En die moffen dat maar niet in de gaten hebben. Geen wonder dat ze de oorlog verloren hebben."

 

"Na een paar maanden bij de Van Ecks, de directie van l'Ambassadeur, te hebben gewerkt, hadden we geen aansluiting meer. Zo heet dat toch in het vak als je op elkaar uitgekeken bent? Dus ging ik op de solotoer, want Walraven was gewend geraakt aan extra centen in zijn zak. Ik zocht contact met impresariaat Ibelings in Den Haag, toen zéér bekend. Ibelings kwam kijken en luisteren en ik kreeg een contract voor een maand in Palermo in Scheveningen. ... Via Ibelings ging ik vervolgens optreden in Amsterdam, opnieuw voor een maand, en daar kwam Kits naar me kijken. Iedereen noemde hem zo. Hij nam me twee weken op proef in zijn club Corrida in Den Haag. Achteraf werd dat een halfjaar."

 

Walraven en de NSB

"In die tijd kwam ik tot de ontdekking dat Walraven lid was geworden van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Op een dag kwam er een man aan de deur, keurig in het pak, en die vroeg of ik voor zijn dochtertje van drie wilde zorgen. Zijn vrouw leed aan tuberculose. Walraven had gezegd dat ik dat kind wel een paar weken in huis wilde nemen. Dat heb ik gedaan. Ik ging met haar wandelen ik maakte kleertjes voor haar en we hadden het leuk. Het was een schattig kindje. Af en toe gingen we naar haar moeder om voor haar ook iets te doen. Op een dag werd er aangebeld door een man in een NSB-pak. Dat bleek die vader te zijn. Wat kregen we nou?

“Ja”, zei hij, “ik ben lid van de NSB”.

Ik zei: “Nou, dat moet je maar weggaan, als mijn man u zo ziet…!”

Ik kon mijn zin niet eens afmaken.

“Ja, maar je man is ook lid van de NSB.’”

“Wat zegt u…? Sorry, hier wil ik niks mee te maken hebben. Ik vind je kind lief, maar wilt u haar alsjeblieft meenemen.”

 

Razzia in Den Haag

"We zaten nog steeds in de oorlog en ik besloot ondanks het verbod van Zwolsman weer te gaan zingen. Af en toe had ik een schnabbeltje bij Cees Schouten en zijn band en later ook bij Boyd Bachman, samen met Thom Kelling. Ik vergeet nooit die keer dat Thom en ik bij Boyd thuis verzamelden om daarna ergens te gaan optreden. De zakken aardappelen van een mud stonden in de gang. Ze zaten net te eten uit een pakket uit Denemarken: brood, boter, worst. Het water liep ons in de mond. Maar we kregen geen hap, alhoewel we groen en scheel van de honger zagen. Ik heb altijd gezegd: Onze Lieve Heer straft meteen. Diezelfde middag in 1944 al. Tijdens onze voorstelling werd de zaal leeggeplukt door de Duitsers. Ook diverse musici moesten mee. "

 

Kultuurkamer

"Diezelfde week kreeg ik een brief dat ik lid moest worden van de Kultuurkamer, want anders mocht ik niet meer optreden. Dus: zingen finish. Lid worden van de Kultuurkamer: anmenooitniet! Om aan eten te komen moest ik mijn besluit herzien. Twee maanden ben ik lid geweest van de Kultuurkamer."

 

"In de zomer van 1944 maakten Engelse vliegers een strategische fout en gooiden met hun bommen in Den Haag bijna het hele Bezuidenhout plat. Met m’n trouwboekje, m’n vuilnisbakhondje Boefie en een halfje brood (zéér kostbaar in die tijd) rende ik de deur uit de Schenkkade. Dat was een open terrein naar Voorburg, waar doorgaans niet veel was te vrezen. Niettemin gierden de bommen om me heen. Hoelang ik heb gelopen, weet ik niet meer. Op een of andere manier wist ik op het Regentesseplein Walraven te bereiken. ... Begeven door angst wilde ik niet meer terug naar het oude huis. We vonden een gemeubileerde woonruimte aan de Buijs Ballotstraat. Walraven haalde met een handwagen onze spullen op. Nadat we er een poosje woonden, zouden zijn ouders komen logeren. Ze woonden in Wolfheze. Mijn schoonmoeder droeg een ster op haar jas. Dat moest, ze was van joodse afkomst."

 

Hongerwinter

"Het was in de Hongerwinter, eind 1944 begin 1945, en wij leden erge honger. Iedereen probeerde iets te ruilen om aan voedsel te komen, ik óók. Ik had een zwarte trui die ik had gebreid van allemaal restjes wol. Die restjes had ik overal lopen bietsen, het was een kakofonie aan kleuren. Toen die trui klaar was leek die op een bonte lappendeken. Om die egaal te krijgen heb ik hem zwart geverfd. Je zag niks meer van die kleurtjes. Het was een kleurige trui geworden. Samen met een kennisje, die ook in de Buijs Ballotstraat woonde, ben ik op voedseljacht gegaan. We namen wat handdoeken en lakens mee om te ruilen. Eerst reisden we naar Rotterdam en vandaar naar de weilanden om daar bij boeren voedsel te bietsen. "

 

"Onderweg naar ons werd de trein van mijn schoonouders bij Voorburg beschoten. Gelukkig kwamen ze met de schrik vrij. Na hen opgepikt te hebben, nam ik ze mee naar huis, waar ze gelijk maar bleven. Het was ondertussen januari 1945 en de honger was op zijn ergst. Het menu was elke dag suikerbieten en die moesten we koken op een klein noodkacheltje. We stookten van alles om dat ding brandend te houden, zelfs twee van onze stoelen."

 

Bevrijding

"Zus Toos kwam af en toe naar Den Haag op bezoek op een fiets met wielen met houden banden. Vader had dan weer wat vlees of ander eten kunnen bemachtigen en Toos kwam er wat van brengen. Eind april kwamen er steeds meer geruchten dat de bevrijding in zicht was. Het was wel gevaarlijk, want mensen buiten hun zinnen deden op straat gelijk al de gekste dingen, zoals het verbranden van Duitse vlaggen. Eindelijk was het dan toch zo ver: 5 mei 1945. Vreugde alom, ook bij mij thuis. Op straat liepen volop Canadese bevrijders die van alles uitdeelden: sigaretten, chocolade en noem maar op. "

 

Scheiding van Walraven

"Walraven, die steeds weg was en altijd héél laat thuiskwam, betrapte ik met een grietje in de gang. Ik wilde weg, want nu – hij was half joods – hoefde ik hem niet meer te beschermen tegen de Duitsers. Walraven vroeg me zelfs of ik in ruil voor sigaretten met Canadezen naar bed wilde gaan. Ik vroeg of hij gek geworden was!"

 

‘Mijn Jiddische mama’

"Pianist Cees Schouten vroeg me op een keer te zingen bij zijn trio met ook zanger Wim van de Beek en de Russische violist Jascha Trabski. Ik deed het direct en wij hebben daarna leuk gewerkt. Een borreltje in die zaak in Voorburg kostte toen tien gulden. Hoewel Nederland na enige tijd bevrijd was, werden er nog zware woekerprijzen gehanteerd. Die barman moet er schatrijk van zijn geworden."

 

"Er kwamen ook mensen in de zaak die de Holocaust hadden overleefd. Zo ook een meneer Meijer. Ik zong daar tussen de mensen in, want een geluidsinstallatie hadden ze niet. Die Meijer zei: “Als jij morgen mijn lievelingsliedje Mijn Jiddische mama zingt, krijg je van mij een meier, honderd gulden. Ik heet Meijer en je krijgt een meier.” Ik kende de tekst van het stuk niet, wel de muziek, dus aanvankelijk zag ik er geen brood in. De jongens wel. Cees zou zorgen voor de tekst en dat deed hij ook. De andere dag zat Meijer aan de bar en ik vroeg hem of hij het lied nog wilde horen. Ja dus, en ik moest van hem opletten hoe hij zou gaan reageren, hoe hij zou gaan huilen. Dus ik zingen en naast naar die man kijken ook op het papier op de bar met mijn tekst. Daar begon hij me toch te huilen…"

 

Na de oorlog

Snel na de oorlog trouwt Annie met Jack Philips. Haar carrière neemt een enorme vlucht, in de jaren veertig en vijftig is ze één van de populairste zangeressen in Nederland met vele hits. Vanaf eind jarn zestig werkt ze eveneens als Nederlandse talentenscout en als platenfproducente. Ze ontdekt onder andere de Nederlandse sterren Pierre Kartner, Ben Cramer en de Kermisklanten. Naar aanleiding van haar 90-ste verjaardag verscheen in 2007 haar biografie. Ze treedt nog altijd op.

 

 

Bron citaten: Onverbloemd, 90 jaar Annie de Reuver, Rein Wolters; Gruppo Creativo, 2007


Links