logo
 
zoek
    print
 
 

Helge Loewenberg-Domp (1915), doorgegeven kansen [met film]

Helge Domp had een groot zangtalent, een zangcarrière lag in het verschiet. Haar zangstudie in Duitsland moest ze echter afbreken nadat Hitler aan de macht kwam. In 1933 vluchtte ze naar Nederland. "Tot aan het begin van de oorlog dacht ik 'misschien lukt het me mijn zangcarrière weer op te pakken, misschien verdwijnt Hitler op een goede dag'."


Helge Loewenberg-Domp
Voor Helge, haar broer Joachim en zus Lissy maakte muziek een vanzelfsprekend onderdeel van het leven uit. Op de dag dat Hitler in Duitsland aan de macht kwam, 30 januari 1933, promoveerde Joachim als aan de universiteit van Fribourg (Zwitserland) als musicoloog.

Helge was vijf jaar jonger en zat in het eerste jaar van haar zangopleiding in Münster. Daar hadden vader en moeder Domp een van de grootste muziekzaken van Rijnland-Westfalen.

“Mijn vader was een zeer professionele zakenman. Alleen de topmerken waren goed genoeg voor hem. De afdelingen muziek, bladmuziek en grammofoonplaten waren groots. Onze klanten waren de conservatoria, universiteiten, muziekscholen, musici, muziekliefhebbers en anderen.”

Verbod op verkoop van muziek door joden
Op 1 april 1933 vaardigde Hitler de eerste grote boycot uit, alle joodse winkels en ondernemingen in Duitsland moesten die dag de deuren sluiten. “Snel daarna ontstond de Reichsmusikkammer. Joden mochten geen lid worden. Dat betekende omzetverlies voor onze zaak, alleen leden mochten bladmuziek verkopen. Toen kwam ook het verbod op de verkoop van grammofoonplaten. Daarna mochten piano's ook niet meer. De inkomsten gingen hard achteruit, terwijl de onkosten niet minder werden. Mijn ouders konden de huur niet meer opbrengen, ze moesten dat grote pand opgeven en genoegen nemen met een veel kleiner onderkomen."

"Een pianohandelaar wilde onze zaak graag kopen. Hij zei het geld te hebben in Franse francs, omdat zijn vrouw Française was. Dat klonk mooi! Maar toen mijn ouders Duitsland verlieten weigerde hij te betalen en dreigde met de Gestapo. Mijn vader kreeg dus nooit een cent voor zijn prachtige zaak! Bij vertrek mochten mijn ouders privébezit meenemen, dat was zeldzaam in die tijd. Heel merkwaardig was de schriftelijke toestemming om 36 gebruikte piano's mee te nemen naar Nederland. 'Zum Aufbau einer neuer Existenz', stond erop, nota bene getekend door een SS-er!”

Kort na de boycot moest Helge haar studie beëindigen, als joods meisje mocht ze niet verder studeren. “Die boycot bracht me ertoe te zeggen: in dit land kan ik niet leven, ik heb hier geen toekomst. Ik moet weg uit dit land. En dat in een land als Duitsland, een land van denkers en dichters.”

Nederland als toevluchtsoord
Nederland leek in 1933 een veilige haven. Helge belandde er in de huishouding en werkte ook nog een jaar in Engeland. Tot haar broer in 1937 een oud pianozaakje kocht in Enschede. Ze kwam weer naar Nederland, naar Enschede, de taal sprak ze immers al. Hun ouders en zusje kwamen snel daarna. "Toen al vreesden we een aanval van Hitler op Nederland, al konden Nederlanders zich dat nog niet voorstellen, 'de eerste keer zijn we toch ook neutraal gebleven'. Maar de stemming in Nederland was niet vrolijk. We hebben er zeker twee jaar diep over nagedacht hoe we ons zouden moeten redden als het zou gebeuren. We maakten ons geen illusies over onze kansen te overleven. Er waren twee opties: vluchten naar een vrij land, eventueel Zwitserland, of onderduiken. Onderduiken was toen een nieuw begrip.”

Musiceren met Joachim in Enschede
Helge leerde veel van haar zeer begaafde broer, op muziekgebied en zakelijk. Met hun ouders bouwden ze de zaak in Enschede verder uit. “We hebben er toen een goed lopend bedrijf van gemaakt en konden ons meten met bekende Nederlandse muziekzaken. We maakten lange werkdagen. Desondanks musiceerden we ook vaak na tien uur 's avonds. Mijn broer was een uiterst getalenteerd pianist, hij beheerste het hele klassieke repertoire, hij speelde alles. Ik speelde heel matig, mijn talent was vocaal! Joachim heeft me vaak bij het zingen begeleid. Ik zong heel veel van Robert Franz. In Enschede waren ook veel bekwame musici, die al snel tot onze klantenkring behoorden. Als er tijd voor was musiceerden we samen.'

Broer Jochem (links), vader Domp en de Steinways in 1938
Broer Jochem (links), vader Domp en de Steinways in 1938
In Duitsland was de familie Domp een grote afnemer van Steinway geweest, ze hadden permanent een vleugel tot hun beschikking. Eenmaal in Nederland namen Helge's ouders opnieuw contact op met de firma. De Steinways kwamen binnen de kortste keren op bezoek in Enschede. "In 1938 stond op alle Enschedese concerten een prachtige concertvleugel van Steinway. Een aanwinst voor Enschede!"

Huisconcerten in Enchede tijdens de oorlog
In 1941 organiseerden de Domps huisconcerten in hun zaak, het voorgaande jaar waren ze naar een groot zaken- en woonpand verhuisd. De huisconcerten waren een direct gevolg van de beperkende maatregelen voor joden, die sinds oktober 1940 ook in Nederland stapsgewijs werden ingevoerd in het kader van de arisering. “Omdat joden geen toegang meer hadden tot openbare concerten zijn we huisconcerten gaan geven. Voor iedereen die geïnteresseerd was, ook de vaak muzikale textielfabrikanten en professionele musici kwamen. Solisten uit het hele land traden op, Alice Heksche, Nap de Kleijn, Iskar Aribo, Guusje Goldschmid en anderen. Joodse musici, die niet meer in het openbaar mochten optreden, waren blij dat ze dat bij ons konden doen.”

Om ruimte te maken gingen de instrumenten uit de showroom naar de werkplaats, alleen de concertvleugel van Steinway bleef staan. “Zo'n dertig tot veertig mensen kwamen dan, meer konden niet in de showroom! De akoestiek was uitstekend. Ramen en vensters waren verduisterd, het was immers oorlog.”

De huisconcerten van de Domps gingen tot eind 1941 door. Door steeds nieuwe anti-joodse weten kwam er een eind aan. "Al eerder had onze zaak een Verwalter gekregen, die zogenaamd de zaak beheerde. Het was een Duitse pianostemmer, die in Enschede leefde. Een beetje domme man, maar hij deed ons geen kwaad."

Muziekles bij componist Leo Smit
Tussen 1939 en 1941 volgde Helge lessen algemene muziekleer bij Leo Smit, een joodse musicus, componist en dirigent in Amsterdam. Ze had slechts één jaar muziek gestudeerd en wilde verloren jaren inhalen. Smit leerde ze kennen via mezzo-sopraan en zangpedagoge Jo Immink, van wie ze toen zangles had. "Toen we niet meer mochten reizen waren de muzieklessen over. Eind 1940 was reizen al moeilijk en in 1941 hield het helemaal op, als joodse kreeg ik geen reisvergunning." Smit is 1942 opgepakt en in 1943 omgebracht in Sobibor. Pas in de 90-er jaren leerde Helge zijn composities kennen en waarderen.

Vlucht van Joachim, minihuisconcertjes tijdens onderduik
In februari 1942 vluchtte Joachim naar Zwitserland. Een paar maanden later werd Helge door de Gestapo gearresteerd, maar na een paar uur weer vrijgelaten. Dezelfde avond dook ze onder, haar vader, moeder en zusje volgden een paar dagen later. "Alleen eten en slapen, jezelf zo stil mogelijk houden, muziek was uit den boze bij de eerste familie waar we zaten. Deze eerste familie verwees ons door naar een volgende. Die tweede familie deugde niet, ze deden het alleen voor het geld, duizend gulden per persoon! Eten was er nooit genoeg. We werden verraden door de eerste familie, maar werden gered doordat de heer des huizes toch moedig en verstandig optrad. Voor de zekerheid zijn we toen verhuisd naar de zus, die ernaast woonde. Een van hun dochters speelde piano en was verloofd met een beroepspianist. Er stond een goede piano. 's Avonds zong ik er vaak, begeleid door de pianist. De hele familie kwam luisteren. Een klein huisconcertje!”

In Zwitserland kreeg Joachim geen verblijfsvergunning, hij werd uitgewezen. Na versBrief van 3 juli 2007 van het kanton Freiburg, met een spijtbetuiging over het lot van Joachim
Brief van 3 juli 2007 van het kanton Freiburg, met een spijtbetuiging over het lot van Joachim
chillende kampen belandde hij in Auschwitz en kwam om tijdens de beruchte dodenmars begin 1945.

Kansen voor jonge musici, aandacht voor omgebrachte componisten
Met haar ouders en drie jaar oudere zus overleefde Helge de oorlog. Het was toen te laat om haar zangcarrière weer op te pakken. In 1946 trouwde ze en kreeg twee kinderen. Als succesvolle zakenvrouw ontwikkelde ze in Japan de Yamaha-piano's voor Europa en werd ze de eerste importeur voor Yamaha-piano's en -vleugels in Europa.

Een paar jaar na haar pensioen in 1985 startte ze haar eigen Helge Domp Stichting voor Muziek, die jonge, getalenteerde musici kansen geeft voor recitals en het vergroten van hun naamsbekendheid. Kansen die ze zelf niet kreeg. Contemporaine muziek staat daarbij centraal, maar er is ook veel aandacht voor de muziek van tijdens de oorlog verboden of omgebrachte componisten, zoals Leo Smit. “Ik wil deze componisten weer een kans geven, hun naam weer noemen, hun talent weer laten horen. Er zitten echt geweldige componisten tussen. Bij uitvoeringen vertellen we daarom over de geschiedenis van een stuk, waar moet je op letten, wat is interessant? Deze componisten hebben toch gedacht 'op een dag worden onze stukken gespeeld, en hopelijk zijn we erbij'.”

Tekst: Nicole Janssen


Muziek
Links