logo
 
zoek
    print
 
 

Jan van Dijk (1918), winnaar door muziek [met film]

Jan van Dijk schreef tijdens de oorlog ruim veertig composities. Door zijn weigering om zich aan te melden bij de Kultuurkamer bleven deze composities ongehoord. In de oorlogsjaren had hij een privémuziekschool, gaf hij les op een andere muziekschool en dirigeerde hij een koor. "Muziek was niet grijpbaar voor de vijand, die kon daar onmogelijk bij." 


Jan van Dijk
"Ik heb het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 meegemaakt. De tweede dag na het bombardement liep ik door de stad. De stank van verbrande lijken is afschuwelijk, dat is van een groteskheid waar geen woorden voor zijn. Dus moet je iets doen om ertegen te kunnen.

Muziek was niet grijpbaar voor de vijand, die kon daar onmogelijk bij. Ik bleef in de oorlog dan ook het gevoel van winnaar houden, door de muziek, die stond op een soort spiritueel voetstuk. Muziek werd bijna zelfstandig. Muziek werd toeschouwer van de oorlog, zoals ik dat zelf ook was.”

Sluipsgewijze bezetting
"Aanvankelijk kwam de bezetting na die vier dagen oorlog, die alleen plaatselijk heel ernstig was, in Rotterdam natuurlijk in het bijzonder, heel rustig binnen. De Duitsers waren zo slim om dat in het begin heel vriendelijk te doen en wonden daarmee de mensen om hun vinger. Iedereen die bezig was ging door, de bakker met bakken, de slager met slachten. Musici gingen gewoon door met muziek maken."

"Het muziekbedrijf kwam al snel in handen van de bezetter. Alles wat er was, radio, liedjes, werd eigenlijk uitgezonden op zondagmiddag, het zondagmiddagconcert van de Wehrmachtslieden. Dat heeft een enorme invloed gehad op het muzikaal bevattingsvermogen van de Nederlandse bevolking. Een massa die alleen staat, en die alleen dat hoort, die denkt niet meer na. Het is als een polsslag die wordt geactiveerd op de zondagmiddag."

Abstracte weerklank van oorlog
Via muziek reageert Jan op de situatie waarin hij zich bevindt. "Toch is mijn werk niet als de Arnhemse Psalm van Herman Strategier, waarin je de oorlog heel direct hoort. In mijn werk is dat veel abstracter, alleen de titels zijn vaak een directe verwijzing." Zoals het stuk Vertroosting, op een gedicht van Vondel. “Dat schreef ik nadat kennissen van me waren gefusilleerd. Al mijn studiegenoten van voor de oorlog die joods waren, zijn gedeporteerd. Uitstekende musici, allemaal verdwenen. Eén heeft het overleefd. Heel afschuwelijk. Dat was de realiteit.”

Jan van Dijk, 1943
Jan van Dijk, 1943
Eveneens op een gedicht van Vondel componeerde Van Dijk Jaergetijde. Hij speelt het nog altijd veel. “Als ik dat stuk nu hoor, dan komt direct de associatie met de oorlog boven, het is geladen met oorlogsangst en oorlogsafkeer, en tegelijkertijd met de lust om muziek te maken. Als ik daarnaar luister, dan zit ik weer in die oorlogssituatie.”

Muziekcarrière in pauzestand
In 1942 meldde Van Dijk zich niet aan bij de Nederlandsche Kultuurkamer (NKK). Hiermee zette hij zijn muziekcarrière in een pauzestand, zijn werken mochten niet meer worden gehoord. “Het muziekleven, dat interesseerde me toen niet meer echt, ik mocht er niet meer aan meedoen. Wat overbleef was wat ik zelf kon doen. Bedenken, schrijven, componeren. Als je principieel was dan zat je gelijk heel slecht, dan had je niks meer. Het enige wat je dan nog kon doen was ondergronds gaan en je beperken tot de huisconcerten.”

Veertig ongehoorde composities
"Ik heb de hele oorlog doorgecomponeerd, dat is het enige wat ik kon doen, ik kon er niet aan ontkomen. Ik dacht, als de oorlog voorbij is, dan sticht ik een privésymfonieorkest. Daarvoor schreef ik alvast werken, veertig tijdens de oorlog. Ik schreef aanlopen voor een sprong die niet kwam. Ik schreef pianostukken voor een pianist die niet mocht spelen. Ik maakte werken voor koren die niet mochten zingen. Want ik was geen lid van de Kultuurkamer. In de loop van de tijd zijn die werken in de vergetelheid geraakt."

Henk Badings
Van Dijk kende componist Henk Badings, die de joodse Sem Dresden verving als directeur van het Koninklijk Conservatorium nadat deze was ontslagen door de Duitsers. Had hij naar eigen zeggen in de oorlogsjaren hierdoor flink de pest aan Badings, na de oorlog nuanceerde hij zijn visie. “Toen bleek dat het bij veel mensen, van wie wij dachten dat ze fout zaten in die Kultuurkamer, heel anders lag.” Toen Van Dijk rond 1960 docent werd aan het Haagse Conservatorium sprak hij met leraren die tijdens de oorlog onder Badings hadden gewerkt. “Deze leraren zeiden me: we hebben nog nooit zo'n goede directeur gehad als Henk Badings. We hadden veertig leerlingen die er eigenlijk niet hoefden te zijn, maar die hierdoor niet voor dwangarbeid naar Duitsland hoefden. Badings zag kans om zaken te regelen, hij speelde een dubbelrol. En met die dubbelrol heeft hij een heleboel musici een enorme vrijheid geschonken.”

"Ook iemand als Flipse dirigeerde verder. Het was onontkoombaar dat hij op een gegeven moment met de Duitsers moest samenwerken. Na de oorlog is hij geschorst door de Ereraad. Hij en anderen moesten de prijs betalen voor het feit dat ze zijn doorgegaan. Hoewel de bakker, die ook doorging met het uitoefenen van zijn beroep, niet werd geschorst."

Willem Pijper, docent en vriend
Jan is in 1918 geboren en studeerde van 1936 tot 1941 aan het conservatorium in Rotterdam. Hij had les van Willem Pijper en volgde buiten het conservatorium orgellessen bij Ferdinand Timmermans. Na afronding van zijn studie zette hij tussen 1941 en 1946 zijn lessen bij Pijper voort en bleef met hem bevriend tot zijn dood in 1947. Tijdens de oorlog had Jan een privémuziekschool en gaf hij pianoles aan de muziekschool Toonkunst in Rotterdam die door zijn directeur, Willem Pijper, aan het Rotterdams conservatorium gelieerd was. “In 1944 ben ik daarmee opgehouden. Toen kreeg je die verschrikkelijke dag dat iedereen werd opgepakt. [...] Wij hadden een soort van impliciet bestand van mensen die elkaar kenden, als er een gerucht was, dan wisten we dat direct allemaal. Op een gegeven moment kreeg ik het bericht: ga morgen niet naar Rotterdam, want dan loop je in de val.”

Nadat de laatste oproep voor dwangarbeid [Arbeidseinsatz] in januari 1945 besloot hij onder te duiken in de pastorie van zijn vader. De zachte klanken van een harmonium waren niet hoorbaar voor de Duitsers, het was het enige instrument waarop hij tijdens zijn onderduik kon spelen. Het werd zijn muzikale redmiddel. Het harmonium bleef daardoor ook in zijn latere muziekleven een duidelijke rol spelen, zo componeerde hij in de negentiger jaren een concert voor harmonium en orkest.

Na de oorlog
Het privésymfonieorkest dat hij na de bevrijding hoopte te kunnen oprichten is er niet gekomen. Wel ontplooide Van Dijk ook na de oorlog een enorme muzikale productiviteit, als praktiserend musicus (pianist, kerkorganist), dirigent, componist (werken voor piano en orkest, koorwerken, liederen, symfonische muziek, werken voor fanfare en harmonieorkest), muziektheoreticus, muziekpedagoog, bestuurder en recensent. Zijn liefde voor en kennis van muziek bracht hij over op vele studenten. Hij houdt zich nog altijd bezig met vernieuwingen in de muziek en schreef en schrijft in een ongehoord snel tempo: tot op heden componeerde hij ruim elfhonderd grote en kleine werken. Muziek is zijn eerste levensbehoefte. Hij speelt nog altijd, een grote vleugel domineert de woonkamer in het huis in Tilburg waar hij met zijn vrouw woont.

Tekst: Nicole Janssen


Muziek
  • Vertroosting (1944), Jan van Dijk
  • Jaergetijde (1944), Jan van Dijk
  • Arnhemse Psalm (1969), Herman Strategier
  • Treurmuziek van Tijl (1938-1940), Jan van Gilse
    "Flipse speelde tijdens de oorlogsjaren vaak de Treurmuziek van Tijl. Essentiële muziek voor die tijd, een prachtig en meeslepend werk. Mensen luisterden in de concertzaal, kenden elkaar niet, maar voelden een gemeenschappelijk leed." (Jan van Dijk)
  • Zevende 'Leningrad' Symfonie (1941), Dmitri Sjostakovitsj
    "Het eerste concert dat ik hoorde na de oorlog was de 7e van Sjostakovitsj door het Residentieorkest, in de zomer van 1945. Het was de eerste keer dat we van Sjostakovitsj hoorden. Dat stuk was ongelooflijk van toepassing op die tijd, het was een klanksymbool." (Jan van Dijk)
Links
Literatuur
  • Stille ontmoeting met Jan van Dijk / Componist, leraar, vrijmetselaar, Jan den Ouden; De Steensplinter, 2000