logo
 
zoek
    print
 
 

Johanna Esselink-Roest (1930), opgroeien met klassieke muziek in Batavia

Johanna Esselink-Roest groeide op in Batavia (het huidige Jakarta). Ze werd geboren in een muzikaal gezin en kreeg al vroeg pianolessen. Haar moeder speelde piano en zong, haar vader was een goede zanger. In een schoolschriftje schreef ze alle liedjes die ze kende, ook uit de eerste oorlogsjaren. Als dertienjarig meisje kwam ze in het Tjidèngkamp terecht. 

"Militairen kwamen bij ons thuis koffie drinken en gezelligheid zoeken." Johanna Esselink-Roest schreef als meisje liedjes over de militairen in haar schoolschriftje, onder andere het liedje Zeven December en de Generaal Dürst-Britt mars. "Fier getrouw en standvastig marcheert zij door 't Tropenland.....".
"Militairen kwamen bij ons thuis koffie drinken en gezelligheid zoeken." Johanna Esselink-Roest schreef als meisje liedjes over de militairen in haar schoolschriftje, onder andere het liedje Zeven December en de Generaal Dürst-Britt mars. "Fier getrouw en standvastig marcheert zij door 't Tropenland.....".
"Het land zelf was natuurlijk ook vol muziek, met die typische sfeer van het Oosten. dat hoorden we ook, we woonden tegenover een kampong. 's Morgens werden we wakker gemaakt met de bedoek, een uitgeholde boomstam, je hoorde dan het doffe geluid boem boem boem...steeds sneller. Dan moest je opstaan en moesten de Indonesiërs in gebed, dat vond ik prachtig. Verder had je natuurlijk ook de bamboemuziek, de angkloeng en de krontjong, je zag jonge kinderen hiermee muziek maken langs de weg en ze vroegen dan om een centje. [...]

Toen ik een jaar of tien was, kreeg ik pianoles. Dat ging leuk, mijn vader vond dat verrassend. Op een keer, ik sliep al, werd ik uit bed gehaald. Ik moest min mooiste jurkje aandoen, mijn lakschoentjesaan, ik mocht mee naar de schouwburg in Batavia. "Er is zulke mooie pianomuziek", Als schoolmeisje in Batavia.
Als schoolmeisje in Batavia.
zei mijn vader, "en jij kunt zo mooi spelen." Daar ging ik dan alleen met mijn ouders, terwijl mijn zusjes die in bed lagen thuis moesten blijven. Ik geloof dat we in de loge zaten. Ik keek naar beneden, en daar zagen we Lili Kraus binnenkomen, heel mooi gekleed in een tule gewaad. Als tienjarig meisje, dat gek was op allerlei opsmuk, vond ik dat natuurlijk prachtig. Ze speelde Chopin, ik weet niet meer precies welke stukken, maar ik luisterde zo gefascineerd dat het me steeds is bijgebleven. Het typische is dat ik hetzelfde ook in het kamp hoorde, want Lili Kraus woonde ook in het Kamp Tjidèng, waar wij tegenover woonden. In het begin mocht er nog piano worden gespeeld, en als zij dan speelde lagen wij in de berm naar haar muziek te luisteren, muziek van Chopin, zo bijzonder, dat blijft dan altijd hangen, heerlijke fijne rustige muziek. [...]

Mijn vader had een koffergrammofoon gekocht. Ik zie hem nog slingeren aan die zwarte slinger, hij legde dan de plaat van het Jo Vincent-kwartet met het Largo van Händel op het apparaat. Omdat hij er zo van kon genieten, draaide hij deze plaat heel vaak."

Bron: Ik ben gelukkig geen nummer, Johanna Esselink-Roest; Holland Graphic Consultants, 2006
Illustratie schrift (onderstaand): Johanna Esselink-Roest, die in haar schooltijd in Batavia alle liedjes die ze kende opschreef. Zo ook Herr Hitler wil naar Londen.
 

Herr Hitler wil naar Londen; Almary met het Ilsa Loritta Orkest; Colombia Records, 1941

Bijzondere Indische Colombia opname door musicus Almary met het Ilsa Loritta Orkest van het 'Indisch Restaurant Bandoeng'. Waarschijnk opgenomen in Singapore in het najaar van 1941. Op de plaat wordt de mislukte poging van Hitler bezongen om Groot- Brittannië aan zijn ‘imperium’ toe te voegen. "Almary was het pseudoniem waaronder mijn grootvader publiceerde en optrad. Het pseudoniem is samengesteld uit zijn voornamen Alouysius Marie en zijn familienaam Rijff. Hij heeft gedurende zijn leven in Indonesië regelmatig opgetreden met zelfgeschreven toneelvoorstellingen en radio-optredens. Het lied Herr Hitler wil naar Londen heeft hij geschreven in 1940 ter ere van de 66ste verjaardag van Winston Churchill.", zo vertelt zijn kleinzoon Chris Rijff. De melodie is in 1938 op de plaat gezet door de Ramblers met een andere tekst onder de titel Mijn meisje is verdwenen.

Bron opname: Tim de Wolf, Bureau voor Audioarcheologie De Wolf; met dank aan Lex Jautze