logo
 
zoek
    print
 
 
NL  »  Landen  »  Overzicht Nederland  »  Amusement, jazz  »  Amusementsleven
 

Amusementsleven

Amusementsmuziek kreeg net zoals klassieke muziek te maken met de richtlijnen van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK). Het departement verbood 'volksvreemde en smaakbedervende muziek en teksten'. Jazz moest worden gekuist van 'negroïde' en Engelstalige elementen. Het verhinderde niet dat jazz- en swingorkesten als de Ramblers, Boyd Bachman en Dick Willebrandts in de oorlogsjaren een enorme populariteit bereikten. Het verbod op de Engelse taal leidde tot een hausse aan Nederlandstalige liedjes.

Aankondigingsposter Dick Willebrandts (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
Aankondigingsposter Dick Willebrandts (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
"Ze kenden de orkesten van de radio, en als dan de herkenningsmelodie klonk en langzaam het gordijn open gleed, dan zát daar dat beroemde orkest, dan ging er een gejuich op uit de zaal en vergaten ze de broodbonnen, de houten fietsbanden, de kleizeep, de onverwarmde jongenskamers, de verboden padvinderij, de verboden AJC [Arbeiders Jeugd Centrale], de zesmaal gelapte schoenen, de Duitsers en de hele rottroep - daar zagen ze hun radiohelden in witte bandjasjes, met schuiftrombones en schettertrompetten, met filmsnorren en een razende drummer, muziekstandaards met glitterletters en microfoons en een geweldige, ravenzwarte meid in een showjurk met decolleté die in een zachtrode spotlight Diep in mijn hart zong. Show!" 

De grote aantrekkingskracht van amusementsmuziek in de oorlogsjaren is niet beter te beschrijven dan in deze meeslepende bewoordingen uit de memoires van Eddy Christiani. Amusement betekende een paar uur vergetelheid en saamhorigheid in het donker van een theaterzaal. Het betekende soms ook een hart onder de riem, een stimulans om de zorgen van alledag weer met goede moed aan te pakken. Geen wonder dat er in die tijd zo veel 'kop op'-liedjes werden gezongen.

Muziekteksten onder controle van de Duitsers
Alle teksten moesten vooraf ter goedkeuring worden ingeleverd bij het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten, bijgenaamd Volksoplichting en Gunsten. Het werd vooral door NSB'ers bevolkt. De zangers en de komieken moesten dus voortdurend op hun woorden letten. Geregeld zaten er anonieme verklikkers in de zaal, die vlijtig noteerden welke anti-Duitse toespelingen er werden gemaakt. Ze deden daarvan in strenge rapportjes verslag aan het departement. Dat gebeurde niet alleen als op het toneel iets gewaagds werd gezegd. Ook als de zaal demonstratief had gereageerd op een opmerking, die op papier niet eens een nadrukkelijke anti-Duitse indruk had gemaakt, werd dat genoteerd. 

Jazz als volksvreemd bestempeld
De controleurs hielden de naleving van het verbod op 'volksvreemde elementen' in de kunst streng in het oog. Volksvreemd was bijvoorbeeld de jazz, die volgens een verordening van het departement "in belangrijke mate de kenmerken draagt van de wijze van improviseren, uitvoeren, componeren en arrangeren door negers en negrito's". 

Aanmelding bij Kultuurkamer functioneert als werkvergunning
Net als alle andere kunstenaars moesten artiesten en musici zich aanmelden bij de Nederlandse Kultuurkamer (NKK). Zonder bewijs van aanmelding was het niet toegestaan in het openbaar op te treden. Wim Ibo, die als beginnend cabaretier zijn doorbraak maakte tijdens de bezettingsjaren, zei later: "Het was een soort werkvergunning die je nodig had." Van een lidmaatschap was vooralsnog geen sprake. Het was wel de bedoeling er op den duur een organisatie met leden van te maken, maar zo ver is het nooit gekomen. Wie na de oorlog beweerde nooit lid te zijn geweest, had dus gelijk. Voor de bezetters bood dit systeem een uitgelezen mogelijkheid om alle joden onmiddellijk uit hun vak te zetten. Op de vragenlijst moest immers melding worden gemaakt van een joodse afkomst. Wie bevestigend antwoordde werd niet toegelaten. Ook 'negers, Maleiërs en Indiërs' werden niet toegelaten. Door zich aan te melden als Nederlander kon een aantal Surinaamse musici nog doorwerken tot begin 1943.

Joodse impresario's krijgen de schuld
Naar buiten toe werd de Kultuurkamer vooral gepropageerd als middel om het amusementsvak te ontdoen van beunhazen. Deze waren tijdens de crisisjaren in groten getale toegestroomd omdat elders geen werk was te vinden. Menigeen probeerde toen van zijn hobby zijn beroep te maken, en dat leidde lang niet altijd tot topkwaliteit. Veel professionele artiesten en musici ergerden zich al geruime tijd aan zulke dilettanten. Beuzenberg, hoofd van de vakgroep amusementsmusi(Bron: NIOD/Beeldbank WO2)
(Bron: NIOD/Beeldbank WO2)
ci in de Kultuurkamer, maakte daarvan gretig gebruik. 

Beuzenberg had als orkestleider de vooroorlogse praktijk aan de lijve meegemaakt. Hij verkondigde dat het allemaal de schuld was geweest van de impresario's, die de optredens regelden voor artiesten. Die waren merendeels joods. In zijn ambitieuze opzet moest de macht van de impresario's (ook die van de niet-joodse) drastisch worden beperkt. Dat strookte met de Kultuurkammer in nazi-Duitsland, die zichzelf intussen had ontwikkeld tot impresariaat. De op commerciële leest geschoeide mensenhandel moest met wortel en tak worden uitgeroeid. Beuzenbergs rancune was groot: de joodse impresario's hadden voor de bezetting alle engagementen aan hun 'geloofsgenoten' toegeschoven, schreef hij zijn superieuren. Sterker nog: "Boekdelen zou ik kunnen schrijven over deze terreur en het leed, mijn collega's en hun gezinnen aangedaan." Met zijn op zichzelf begrijpelijk begrijpelijk streven naar betere arbeidsomstandigheden wist Beuzenberg de sympathie van heel wat muzikanten te winnen. 

Nieuwe Nederlandse liedjes door verbod op Engels
Tijdens de bezetting heeft het naziregime in de amusementssector niet alleen een grove opruiming gehouden door de joden uit te sluiten. Ook werd ruimte geschapen voor nieuw repertoire. Het verbod op teksten en titels in de Engels taal leidde tot een hausse aan nieuwe Nederlandse liedjes. Er werden wel Engelse en Amerikaanse nummers onder Nederlandse titels gespeeld (In the mood werd In de stemming), maar dat bleef een riskante bezigheid. Het was veiliger om liedjes van puur Nederlands fabricaat te zingen, zoals het smeltende Zonnig Madeira, waarvan Han Dunk de Nederlandse tekst schreef voor Eddy Christiani. 

Tropische bars schieten als paddestoelen uit de grond
"Niemand mocht meer op reis, dus je kon er alleen maar aan denken," aldus Christiani. "Alle zonnige oorden waarmee Duitsland in oorlog was, werden toen bezongen. De ene club na de andere werd een tropische bar. Joop De Kilima Hawaiians vierden grote successen. Hun Hawaii-repertoire ging niet alleen over zonnige oorden welke verder weg leken dan ooit, het was tegelijkertijd een handige dekmantel om openlijk te swingen. Wat officeel op een klarinet of piano niet meer was toegestaan, kon nog wel op een Hawaii-gitaar. (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
De Kilima Hawaiians vierden grote successen. Hun Hawaii-repertoire ging niet alleen over zonnige oorden welke verder weg leken dan ooit, het was tegelijkertijd een handige dekmantel om openlijk te swingen. Wat officeel op een klarinet of piano niet meer was toegestaan, kon nog wel op een Hawaii-gitaar. (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
Geesink stond overal sombrero's op te schilderen. Wij, de muzikanten, verschenen in vrolijke Spaanse blouses met grote sjerpen. Dat was nog een bijkomend voordeel, want je kon in die tijd niet meer aan een smoking komen. Dus het was Zomer in Arosa, Als op Capri (de rozentuinen bloeien) en de hele rij successen van de Kilima Hawaiians. Die waren ook nog nooit op Hawaï geweest, net zo min als ik ooit Madeira had gezien." Ook de diverse hemellichamen werden uit volle borst bezongen. Het was natuurlijk vervelend dat er 's avonds verduisterd moest worden, maar ook daaraan kon een positieve draai worden gegeven. In het duister was de hemel veel beter te zien, zoals werd gezongen in populaire liedjes als 's Avonds bij het licht der sterren en Als sterren flonk'rend aan de hemel staan

Het vormde tegelijk een handige dekmantel om nog een beetje te kunnen swingen. Wat op een klarinet of piano officieel niet meer was toegestaan, kon nog wel op een hawaïgitaar. De bezetters lieten dit 'volksvreemde gedoe' en de 'kroesharige woekeringen' oogluikend toe, maar probeerde wel de ergste uitwassen te bestrijden. Een overdaad aan sentimentele klanken dreigde de volksgeest te verslappen, heette het. Sinds december 1943 mocht men zodoende alleen nog met een uitdrukkelijke vergunning in hawaïpakjes optreden: uitsluitend als onderdeel van een variétévoorstelling en ten hoogste twaalf minuten per uur. 

Oorlog gaat voor amusement: het einde van de Kultuurkamer
Van de voornemens van Beuzenberg voor verbetering van de arbeidsomstandigheden is niets terecht gekomen. In mei 1944 zette hij ze nog eens voor zijn chefs op papier. Maar de ontwikkeling aan het oorlogsfront was veel te nijpend geworden om ook maar enige aandacht te besteden aan de organisatie van de amusementsmuziek. Na de geallieerde invasie werden allerlei functionarissen van de Kultuurkamer ingezet voor de Landwacht, het Duitse Nationalsocialistisches Kraftfahrkorps (NSKK) en andere verdedigingslegers. Wat er nog over was van het eens zo trotse Departement van Volksvoorlichting en Kunsten moest op 18 september 1944 verhuizen naar Groningen. Zo ver mogelijk verwijderd van de geallieerde troepen. Het handjevol achterblijvers van de Kultuurkamer in Den Haag moest het verder zelf maar uitzoeken. Wie daar nog op kantoor zat bracht zijn dagen voornamelijk door met de zorgen om voedsel. 

Zie ook Wegwijzer Nederland/Amusement en Wegwijzer Nederland, Muziekleven, organisatie.

Tekst: Henk van Gelder