logo
 
zoek
    print
 
 

Jacques van Tol (1897-1967), omstreden liedjesschrijver en cabaratier

Eind 1954 brak een kleine rel uit in de radiowereld over het ‘Van Tol-spook’. De AVRO werd ervan beschuldigd een contract te hebben gesloten met de omstreden tekstschrijver Jacques van Tol. Deze voormalige NSB’er zou liedjes bijdragen voor 33 Bonte Dinsdagavondtreinen, het populaire radioprogramma van de AVRO. Ook de VARA had gebruik gemaakt van de diensten van Van Tol, zo werd beweerd, zij het onbewust: Van Tol bediende zich graag van pseudoniemen.

(Bron: NIOD/Beeldbank WO2)Zowel VARA als AVRO haastten zich om elke band met Van Tol te ontkennen. Twee jaar later, in het jaar van de inval in Hongarije, hekelde de voormalige communistische verzetskrant De Waarheid de AVRO opnieuw. Volgens de krant waren anticommunistische ‘grapjes’ in de populaire Snip en Snap-revue, die de AVRO uitzond, afkomstig van Van Tol.

Onmisbaar voor het Zondagmiddagcabaret
De voortdurende opwinding over de tekstschrijver was verklaarbaar. Jacques van Tol was na de oorlog tot drieënhalf jaar internering en ontzetting uit het kiesrecht veroordeeld, wegens hulpverlening aan de vijand en bevordering van het antisemitisme. Onder de naam ‘Paulus de Ruiter’ leidde Van Tol tijdens de oorlog het beruchte Zondagmiddagcabaret. Volgens de president van de rechtbank waren dat "misleidende, on-Nederlandse en schandelijke uitzendingen, die velen op een dwaalspoor brachten". Er kon niet onomstotelijk worden vastgesteld of Van Tol, die dit heftig ontkende, de auteur was van teksten die in de programma’s waren gebezigd, maar de aanwijzingen lagen erg voor de hand. Teruggevonden documenten wezen in die richting. In bestuursnotulen van de nazistische Nederlandsche Omroep staat de opmerking dat Van Tol "een zeer begaafd tekstschrijver is met een fijn politiek instinct en derhalve voor het Zondagmiddagcabaret van zeer groot belang. Zonder hem kunnen we er gerust mee uitscheiden".

Maar ook de stijl van veel bijdragen aan het cabaret doet erg denken aan het werk dat Van Tol voor de oorlog tot één van de populairste tekstschrijvers maakte. Slimme liedjes en sketches speelden in op de onzekerheid en geruchten die veel Nederlanders in oorlogstijd in hun greep hielden. Van Tol luisterde heimelijk naar de Engelse zender en kon op die manier verwijzen naar geallieerde standpunten die niemand van zijn luisteraars geacht werd te kennen. Van Tol kon zijn parodieerlust van harte uitleven op dit ‘verboden nieuws’. Toch zou hem dat niet het zwaarst worden aangerekend. Zijn antisemitische teksten daarentegen wel.

De kleine man van Louis Davids
In februari 1942 bracht het Zondagmiddagcabaret een nieuwe tekst op het lijflied van de in 1939 gestorven Louis Davids, De kleine man: "Dat was de Jodeman, de dikke Jodeman... de uitgekookte gaargestookte, vette Jodeman". Veel luisteraars beklaagden zich erover dat het cabaret liedjes ontleende "aan het repertoire van den joodschen artist Louis Davids". In een ANP-telex werd dat misverstand snel rechtgezet: Van Tol schreef "behoudens een enkele kleine uitzondering het gehele repertoire van Louis Davids gedurende de laatste 17 jaren, een feit dat in artiestenkringen alsmede in perskringen genoegzaam bekend was, doch bij het publiek minder bekendheid genoot".

Succes in jaren twintig
De in 1896 geboren Van Tol had aan het begin van de jaren twintig voor het eerst liedjes van zijn hand aangeboden op de wekelijkse artiestenbeurs aan het Amsterdamse Rembrandtplein. Zijn onmiskenbare talent werd meteen herkend en al snel werden allerlei bekende artiesten zijn klant. Van Tol schreef, onder eigen naam of onder pseudoniem, voor artiesten als Snip en Snap en Louis Davids, wiens succes in belangrijke mate van de tekstschrijver afhankelijk was. Maar juist de jarenlange samenwerking met Davids dreef Van Tol mogelijk in duistere richtingen. Volgens sommigen was Van Tol antisemiet uit persoonlijke frustratie. Hij zou een hekel gekregen hebben aan de inderdaad niet gemakkelijke Davids, die bovendien voor een gering bedrag de rechten van Van Tols liedjes had opgekocht. Al voor de oorlog werd Van Tol lid van de NSB, volgens collega’s uit die tijd minder uit overtuiging dan uit vermeende onderwaardering.

Eerst uitzending zondagmiddagcabaret
Tijdens de oorlog kreeg de tekstschrijver de kans om daar iets aan te doen. Op 19 oktober 1941 vond de eerste uitzending plaats van het Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter een pseudoniem uit een radioroman van Van Tol. Het eerste optreden van het cabaret lokte meteen al kritiek uit van prof. Dr. J.E. de Quay, één van de leiders van de Nederlandsche Unie, de grote concurrent van de NSB uit die tijd. Paulus de Ruiter had een tekst gemaakt (Sloom kijkt de kat uit de boom) die volgens de Quay ‘krenkend’ was geweest voor de Unie. Maar de Unie-voorman wist niet dat zijn reactie in Duitse kringen juist werd opgevat als ‘een uitgesproken succes’ van de uitzending. Toch ondervond het cabaret ook van eigen zijde regelmatig kritiek. Een scène waarin sprake was van een ‘nieuwe Joodse groet’, namelijk ‘Hou Alles!’, werd beschouwd als een persiflage op de NSB-groet ‘Hou Zee’ en was daarom ‘minder geslaagd’.

"Naar vorm en inhoud niet te genieten en waardeloos"
Afgaande op de voortdurende interne discussies over het programma leek het Zondagmiddagcabaret min of meer te worden beschouwd als een noodzakelijk kwaad. De luisteraars waren er zeer enthousiast over en de propagandistische waarde werd dan ook hoog aangeslagen. Maar het bleek tegelijkertijd heel erg moeilijk om publiek voor de opnamen te krijgen. Eigen ‘kameraden’ durfde de NSB-leiding van de omroep zelf niet te vragen, want zij vond het programma vaak "als los zand aan elkaar hangen", "naar vorm en inhoud niet te genieten en waardeloos", waarbij vaak de grens van "het kitscherige" overschreden werd. Ook de eigen medewerkers waren zich bewust van het bedenkelijke allooi. In december 1942 ontstond er een grote ruzie tussen de medewerkers omdat enkelen van hen alleen onder pseudoniem wensten op te t Voorgeleiding Van Tol, 5 december1947 (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
Voorgeleiding Van Tol, 5 december1947 (bron: NIOD/Beeldbank WO2)
reden. Van Tol/De Ruiter gaf hen groot gelijk "daar de beweging niet de gevolgen op zich neemt als een kameraad [...] werkeloos is geworden" omdat hij zijn eigen naam had gebruikt. Van Tol was zelf op dat moment al aardig teleurgesteld in ‘de nieuwe tijd’ en dacht er zelfs over om zijn lidmaatschap op te zeggen. Hij deed dat pas begin 1944, kort nadat van hogerhand was besloten om het Zondagmiddagcabaret op te heffen.

Tweeslachtig mens
Van Tol was bij uitstek een tweeslachtig mens. Hij kroop in de huid van zijn opdrachtgever en deed zijn werk, ongeacht de strekking ervan. In zijn huis hield hij het laatste oorlogsjaar onderduikers en hij wist één van zijn vooroorlogse opdrachtgevers, de komiek Jan Hahn alias Peter Pech, uit de gevangenis te halen en hem op die manier van Buchenwald te redden. Na de oorlog zei Van Tol voor het tribunaal dat hij dit uit schuldgevoel had gedaan en niet om zijn hoofd te redden.

Het dubbele in Van Tol werd ook door veel artiesten onderkend. Ze wilden daarom van zijn diensten gebruik blijven maken. Een van de eerste opdrachtgevers na de oorlog was Heintje Davids, die hem nota bene vroeg om een liedje over het oorlogsleed dat de joden was aangedaan en over haar vreugde dat zij zelf overleefd had. De zangeres was zo bang voor ontdekking, dat ze haar briefjes aan Van Tol ondertekende met ‘een cliënt’. Maar er waren meer collega’s die vonden dat je niet altijd boos kon blijven op de man die nu eenmaal als de beste tekstschrijver van Nederland gold. Alleen nog maar onder pseudoniem schreef hij liedjes voor bekende artiesten als Cees de Lange (Koe op zolder) en Corry Brokken (Mijn ideaal), maar ook anderen zoals Willy -‘Snip’- Walden en Piet -‘Snap’- Muyselaar bleven graag van zijn diensten gebruik maken. Zo bleef de tekstschrijver tot aan zijn dood in 1969 toch zijn vak uitoefenen. Zijn talent was te zeldzaam: een druk op de knop en de tekst rolde eruit. Jacques van Tol deed het wel even.

Tekst: Paul Koedijk


Muziek
Links
Documenten
  • Telex [mogelijk van DVK] over oorsprong liedjes Zondagmiddagcabaret, 13 maart 1942 (bron: NIOD, archief DVK/102/185j)
Literatuur
  • De spookschrijver, het raadsel Jacques van Tol, Henk van Gelder; Nijgh & Van Ditmar, 2001