logo
 
zoek
    print
 
 

Cultuur als afleidingsmanoeuvre

Het bestaan in Kamp Westerbork was gebouwd op hoop. Hoop op een betere toekomst, op een goede afloop, op overleven. De illusie van een normaal dagelijks leven werd zorgvuldig in stand gehouden om onrust te voorkomen, er was dan ook volop ruimte voor ontspanning en vertier. Vooral de revue riep bij de kampbewoners tegengestelde reacties op. 

Locatie Grote Zaal, Kamp Westerbork
Locatie Grote Zaal, Kamp Westerbork
Kamp Westerbork was in de Tweede Wereldoorlog de verzamelplaats van alle in Nederland levende joden en
Roma/Sinti. Vanuit Westerbork werden ze gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen in Europa. Van de ruim honderdduizend mensen die vanuit Westerbork zijn weggevoerd keerden slechts enkele duizenden terug.
 
Kamp Westerbork was een volledig functionerende maatschappij, 'een stad op de heide' in de woorden van een oud-kampgevangene. Met een ziekenhuis, een kleuterschool en een leerplicht tot vijftien jaar. Een maatschappij met alle mogelijke culturele uitingen, van sport tot toneel, van muziekuitvoeringen tot amusement. Binnen de omheining van het prikkeldraad en het gezichtsveld van de wachttorens was hier in oorlogstijd wellicht het beste cabaret van heel Nederland te vinden.

Vertier en valse hoop
Kamp Westerbork was ook de wereld van musici en cabaretiers die zich druk maakten over de première van hun uitvoering, over de ontvangst door het publiek. De wereld van de toeschouwers die veel moeite deden een kaartje te bemachtigen, die met veel enthousiasme applaudisseerden, soms tot tranen toe moesten lachen. Maar ook de wereld van hen die zich vol walging en schaamte afkeerden van wat Philip Mechanicus in zijn dagboek In Dépôt 'de dans om de galg' noemde, en die Etty Hillesum beschreef als 'Gemmeker's hofnarren'. Kampcommandant Gemmeker en de kampleiding zochten voor zichzelf vertier en probeerden de gevangenen (valse) hoop te geven. Op de eerste rijen van de Westerborkse schouwburg gezeten amuseerden ze zich bij tijd en wijlen kostelijk.


Oud-gevangene de heer Sterzenbach licht toe waarom hij niet naar de voorstellingen ging (z.d., bron: Herinneringscentrum Kamp Westerbork).


Oud-gevangene de heer Caransa vertelt over het muziekleven in Kamp Westerbork, onder andere over de optredens van Johnny & Jones (z.d., bron: Herinneringscentrum Kamp Westerbork).

Tijdelijke vrijstelling van transport voor musici en artiesten
"Ach, het is allemaal zo begrijpelijk", schreef Presser over het amusement in kamp Westerbork. De humor, waaronder veel galgenhumor, was niet alleen voor plezier. Deze gaf ook een band met vroeger en kon de actuele ondragelijke situatie 'herrelativeren': "...ze gaf houvast en beschermde tegen de wanhoop. Het gaf aan het kampbestaan een dimensie van het normale leven. Ze was onmisbaar, als het voedsel, als de slaapplaats." Begrijpelijk dat de toneelspelers, zangers, musici, cabaretiers en al die anderen zich uitsloofden. Bezig te zijn met het eigen beroep gaf voldoening en invulling aan een verder bizar leven. Vooral leek het mogelijkheden te geven gevrijwaard te zijn van de deportaties, artiesten en musici kregen vaak een tijdelijke vrijstelling van transport. Ze speelden letterlijk voor hun leven.

Schril contrast deportatie en amusement
Voor anderen, als ze al in staat waren het amusement bij te wonen, was het transport van geliefden te overheersend om zich over te kunnen en willen geven. De humor kon niet iedereen houvast geven. Abel Herzberg schreef over de cabaretvoorstellingen dat ze "veel zijn bezocht en evenveel vermeden, door de Cabaret en orkest in de schouwburg (barak 9 ) in het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork (bron: Herinneringscentrum Kamp Westerbork)aanwezigen zijn toegejuicht en door de afwezigen zijn verafschuwd." Het waren niet zozeer de sportwedstrijden en muziekuitvoeringen die deze afschuw opriepen, maar vooral het cabaret. Dat was verklaarbaar. Het tijdstip van de voorstellingen was veelal op dinsdagavond, de avond van de dag waarop de wekelijkse transporten vertrokken. Het schrille contrast tussen deportaties en amusement, de schrijnende tegenstelling tussen tragiek en vermaak, was het nadrukkelijk onderwerp van gesprek in de kampen. In Oorlogsduet, geschreven en gezongendoor Rob Heilbut in Bergen-Belsen, komt dit tot uiting.

Oorlogsduet
Men heeft ons hier al menigmaal een groot succes voorspeld:
die oorlogsliedjes brengen je in vredestijd veel geld.
Maar jullie zijn te luchtig in je tekst en je muziek,
waarom bezingen jullie niet wat meer nog de tragiek?
Dan zeggen zij: we hebben nog een leven voor ons staan
en zullen straks wel liedjes voor de vrede maken gaan.
Dan maken wij misschien een lied getiteld: smart en leed,
waarvan de inhoud luiden zal: zorg dat je 't nooit vergeet!
Nu zingen wij bij de guitaar
alleen maar nonsens na elkaar.
Rob Heilbut
Bergen-Belsen, 1944

Opheffing orkest en cabaret
Op 3, 4 en 13 september 1944 vonden de laatste transporten vanuit Westerbork plaats. Kort voor deze transporten hief Gemmeker de Gruppe Musik en de Gruppe Bühne op. Het was afgelopen met de culturele activiteiten en vrijstellingen van de zangers, cabaretiers en musici. De transporten naar de Arbeitslagers slokten alle aandacht van de kampleiding op. In oktober 1944 werden alle decors en rekwisieten van de revue vernietigd. Na het laatste transport bleven ruim vijfhonderd gevangenen achter, nieuwe gevangenen kwamen daarna nog in het kamp aan. Uiteindelijk werden op 12 april 1945 ruim negenhonderd gevangenen door de Canadezen bevrijd.

Tekst: Dirk Mulder, Ben Prinsen