logo
 
zoek
    print
 
 
NL  »  Toelichtingen  »  Arisering
 

Arisering

Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, moest het afgelopen zijn met een 'ontaard' en een 'door joden beheerst bolsjewistisch muziekbedrijf'. De muziek in het Derde Rijk moest 'arisch' zijn, door en door Duits.

De staat liet het muziekbedrijf niet over aan haar burgers, maar omklemde het met ijzeren greep. Het ariseringsproces, het isoleren en verwijderen van joden en joodse invloeden uit de 'arische' samenleving, was een wezenlijk onderdeel van de nazipolitiek. De arisering voltrok zich in het muziekleven stapsgewijs.

Invoering arisering
In Nederland werden de eerste ariseringsmaatregelen begin oktober 1940 van kracht, waaronder een verbod op het uitvoeren van muziek van joden. Later werden joodse musici in overheidsdienst ontslagen, onder wie ook leraren aan conservatoria en muziekscholen. Eind mei 1941 werd ontslag aangezegd aan de joden uit de symfonieorkesten, in september volgde een verordening dat joden niet meer mochten deelnemen aan 'artistieke vertoningen'. Hiermee viel ook voor joodse amusements- en jazzmusici het doek definitief.

Bronnen:

  • Verboden muziek, Tine Nouwen; Landelijk Ondersteuningsinstituut Kunstzinnige Vorming, 1988
  • Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, hoofdredactie Louis Peter Grijp; Salomé Uitgevers, 2001; hoofdstuk Het Nederlandse muziekleven tijdens de Duitse bezetting, Pauline Micheels